Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, franchisenemer van een supermarktformule, verzocht om toepassing van de concernregeling uit de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) om ingedeeld te worden in sector 19 Grootwinkelbedrijf in plaats van sector 17 Detailhandel. De inspecteur wees dit verzoek af, waarna belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij het gerechtshof.
Het geschil betrof de uitleg en toepassing van artikel 5.4 van de Regeling Wfsv, waarin de inspecteur beoordelingsvrijheid heeft om werkgevers die een economische of organisatorische eenheid vormen, in dezelfde sector in te delen. Belanghebbende stelde dat de maatschappelijke functie van de gehele groep grootwinkelbedrijf is en dat daarom de concernregeling toegepast moet worden om in sector 19 te worden ingedeeld.
De inspecteur stelde daartegenover dat de indeling moet plaatsvinden op basis van de grootste loonsom binnen de groep en dat de maatschappelijke functie van de groep als geheel bepalend is. Het hof bevestigde dat de inspecteur beoordelingsvrijheid heeft en dat de consistente uitvoeringswijze van de inspecteur, waarbij wordt uitgegaan van de grootste loonsom, redelijk is. Het hof concludeerde dat belanghebbende terecht in sector 17 is ingedeeld, omdat de grootste loonsom binnen de groep betrekking heeft op werkgevers met een loonsom beneden de grens en de maatschappelijke functie van de groep die van detailhandel is.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de situaties op groepsniveau verschillen. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de sectorindeling in sector 17 Detailhandel is ongegrond verklaard.