Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 24 juli 2019;
- het verweerschrift met producties, en
- een journaalbericht van mr. Leijzer van 23 januari 2020 met producties.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
- de vrouw heeft
- dat de onverdeelde situatie al negen jaar duurt mag de vrouw niet worden tegengeworpen;
- de vaststelling van de rechtbank dat de vrouw een regresvordering heeft op de man als de man de hypotheeklasten niet langer betaalt is onjuist en irrelevant;
- de vrouw loopt
- de vrouw heeft wel degelijk problemen bij toelating tot de WSNP omdat zij nog mede-eigenaar van de woning is;
- vermoedelijk zal de woning na afloop van de WSNP ook nog niet verkocht en geleverd zijn, omdat het aanvullende krediet van de man – waardoor hij op dit moment de aan de woning verbonden hypotheekschuld niet kan overnemen – eind 2022 nog niet zal zijn afgelost.
6.De slotsom
7.De beslissing
- een opdracht aan een makelaar naar haar keuze te verstrekken om de onderhandse verkoop van de woning te bevorderen en daarbij te adviseren, met bepaling dat de kosten van inschakeling van die makelaar bij helfte ten laste van ieder van partijen zullen komen en
- de verkoopstrategie te bepalen en te beslissen welke marketinginstrumenten daarvoor worden aangewend, eveneens met bepaling dat de kosten daarvan bij helfte ten laste van ieder van partijen zullen komen;
- het opnemen van de woning door de makelaar of diens medewerkers en/of hulppersonen, zo vaak als die makelaar dat dienstig acht;
- het laten bezichtigen van de woning door geïnteresseerden, al dan niet geflankeerd door aankopend makelaar(s) en/of andere hulppersonen, zo vaak als de verkopend makelaar dat dienstig acht;
- het leeg en ontruimd verlaten van de woning uiterlijk twee weken voor de met een koper overeengekomen datum van overdracht;