ECLI:NL:GHARL:2020:2326
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in bestuursstrafzaak
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die zijn beroep tegen de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde wegens te late indiening. Volgens de wet moest het beroep binnen zes weken na verzending van de beslissing worden ingediend. De beslissing was op 18 september 2018 aan de betrokkene toegestuurd, waardoor de termijn eindigde op 30 oktober 2018.
Hoewel het beroepschrift was gedateerd op 24 oktober 2018, werd het pas op 1 november 2018 ontvangen door de officier van justitie, met een poststempel van 31 oktober 2018. De betrokkene voerde aan dat hij het beroepschrift op 30 oktober 2018 ter post had bezorgd, maar kon dit niet aannemelijk maken met concrete feiten of omstandigheden.
Het hof overwoog dat het poststempel doorgaans het enige betrouwbare bewijs is voor de datum van terpostbezorging en dat afwijking daarvan alleen mogelijk is als aannemelijk wordt gemaakt dat het stuk eerder is verzonden. Het ontbreken van alternatieve indieningsmogelijkheden, zoals elektronische indiening, maakt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de beroepstermijn.