Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Den Haag(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is tegen de rechtbankuitspraak in hoger beroep gekomen inzake de ambtshalve vermindering van haar aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2015. De Inspecteur had haar aanslag verminderd omdat een lijfrente-uitkering van € 10.065 die toebehoorde aan haar echtgenoot ook in haar aanslag was begrepen, wat tot dubbele belasting zou leiden.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof overweegt dat de Inspecteur terecht de aanslag van belanghebbende heeft verminderd omdat hetzelfde inkomensbestanddeel niet tweemaal belast mag worden. De verminderingsbeschikking wijzigde het te ontvangen bedrag niet, maar corrigeerde het verzamelinkomen.
Belanghebbende stelde dat haar aanslag onherroepelijk vaststond en dat de Inspecteur daardoor niet meer mocht corrigeren, maar het hof wijst dit af. Ook het feit dat de Inspecteur een fictief bedrag aan dividendbelasting verrekende om navordering te voorkomen, doet hieraan niet af. De aanslag van de echtgenoot is een zelfstandig besluit waartegen bezwaar en beroep openstaan.
Het hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de ambtshalve vermindering van de aanslag van belanghebbende.