Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan
het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak en diende een aanvullend bezwaarschrift in met nieuwe gronden. De heffingsambtenaar deed uitspraak op bezwaar zonder kennis te hebben van deze aanvulling vanwege vertraagde interne postbezorging, waardoor de aanvullende gronden onbesproken bleven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stond alleen de vraag centraal of proceskostenvergoeding moest worden toegekend. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar de motiveringsplicht uit artikel 7:12 Awb Pro had geschonden door de aanvullende gronden niet mee te nemen. Omdat belanghebbende daardoor in beroep moest komen om alsnog een oordeel te krijgen, veroordeelde het hof de heffingsambtenaar in de proceskosten.
Het hof stelde de proceskosten vast op €1.575 en veroordeelde de heffingsambtenaar tevens tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De WOZ-waarde zelf was in hoger beroep niet meer in geschil. De uitspraak werd gedaan door het hof te Arnhem-Leeuwarden op 24 maart 2020.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens schending van de motiveringsplicht.