Uitspraak
[appellante],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
[C] tegen een huurprijs van € 650,- per maand. [appellante] is ook in de woning gaan wonen. [C] heeft op enig moment begin 2016 de woning verlaten.
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De vordering in hoger beroep
De beoordeling van de grieven en de vordering
Grief 1komt op tegen het oordeel van de kantonrechter dat [geïntimeerde] ontvankelijk is in zijn verzet tegen het verstekvonnis. Met
grief 2voert [appellante] aan dat haar vordering van € 5.500,- ten onrechte is afgewezen.
Grief 3keert zich tegen haar veroordeling in de proceskosten.