Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
op 19 februari 2020;
op 2 maart 2020.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de verhuizing van de moeder met hun twee kinderen naar een andere woonplaats en de schoolkeuze van de kinderen. De rechtbank had aan de moeder vervangende toestemming verleend voor de verhuizing, maar de vader ging hiertegen in hoger beroep met meerdere grieven.
Het hof heeft het geschil beoordeeld aan de hand van artikel 1:253a BW en alle relevante belangen afgewogen, waaronder de noodzaak van de verhuizing, de voorbereiding, de continuïteit van de zorg, de communicatie tussen ouders en het belang van de kinderen. Hoewel de moeder de verhuizing niet zorgvuldig had voorbereid en de communicatie slecht was, woog het belang van de kinderen om met hun moeder te verhuizen zwaarder dan het belang van de vader om de situatie te handhaven.
De kinderen blijven hun sociale en schoolactiviteiten in de oorspronkelijke woonplaats voortzetten en de moeder heeft zich bereid getoond om het contact met de vader te faciliteren. De kinderen zijn flexibel en hebben het naar hun zin in de nieuwe situatie. Het hof zag geen aanleiding voor nader onderzoek of proceskostenveroordeling en compenseerde de kosten tussen partijen. De bestreden beschikking is bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die de moeder vervangende toestemming verleent om met de kinderen te verhuizen.