Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
A;
met F.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gehuwd geweest in wettelijke gemeenschap van goederen en zijn in 2019 gescheiden. De man en vrouw zijn in hoger beroep gekomen tegen beslissingen van de rechtbank over partneralimentatie en de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap, waaronder de waardevaststelling van een Mercedes-auto.
Het hof oordeelt dat de man gehouden is partneralimentatie te betalen, aangezien de lotsverbondenheid uit het huwelijk een grondslag vormt en de vrouw behoeftig is vanwege haar studie en mantelzorg. De draagkracht van de man wordt vastgesteld op basis van zijn loon uit 2018, ondanks het ontbreken van recente belastingaangiften.
De waarde van de auto wordt door het hof vastgesteld op €32.480 conform een bindende taxatie, ondanks bezwaren van de vrouw over de onafhankelijkheid van de taxateur. De man moet de helft van deze waarde verrekenen met de vrouw. Schulden die de man opvoert worden niet erkend wegens onvoldoende bewijs. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de partneralimentatie van €600 per maand en stelt de waarde van de auto vast op €32.480 met verrekening van de helft aan de vrouw.