ECLI:NL:GHARL:2020:3544

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 mei 2020
Publicatiedatum
6 mei 2020
Zaaknummer
Wahv 200.259.317/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.2.1 Regeling voertuigenArt. 5.18.7 Regeling voertuigenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor ondeugdelijke kentekenplaat op fietsendrager

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd wegens het niet voorzien zijn van juiste kentekenplaten op een voertuig, feitcode N010C. De overtreding zou hebben plaatsgevonden op 26 maart 2018 met een personenauto voorzien van een fietsendrager.

De betrokkene voerde aan dat de regelgeving complex is en dat de overheid de regels beter moet uitleggen in plaats van boetes op te leggen. Ook stelde hij dat er geen gevaar voor de verkeersveiligheid was door de fietsendrager.

Het hof stelde vast dat artikel 5.2.1 van de Regeling voertuigen betrekking heeft op kentekenplaten van personenauto's en niet op lastdragers zoals fietsendragers. De sanctie was daarom onterecht opgelegd. De ambtenaar gaf aan dat de kentekenplaat van de fietsendrager niet voldeed aan de eisen, wat onder artikel 5.18.7 valt, maar wijziging van de feitcode en sanctie was niet mogelijk vanwege het hogere sanctiebedrag.

Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het gestelde bedrag aan de betrokkene wordt gerestitueerd.

Uitkomst: De sanctiebeschikking voor de ondeugdelijke kentekenplaat op de fietsendrager wordt vernietigd en het betaalde bedrag gerestitueerd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.259.317/01
CJIB-nummer
: 215475336
Uitspraak d.d.
: 6 mei 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 8 april 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “niet voorzien van juiste kentekenplaten, geen goedkeuringsmerk, niet deugdelijk aan voor- en/of achterzijde bevestigd” (feitcode N010C). Deze gedraging zou zijn verricht op 26 maart 2018 om 13:20 uur op de Rijksweg A2 in Baambrugge met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De betrokkene voert aan dat de kantonrechter ten onrechte ervan uitgaat dat de kentekenhouder de van toepassing zijnde regels dient te kennen. De regelgeving is de afgelopen jaren steeds complexer geworden waardoor dit onmogelijk is. Hierdoor ontstaat een kloof tussen de overheid en haar burgers. Volgens de betrokkene dient de overheid de toepasbare regels uit te leggen in plaats van boetes op te leggen. Daarnaast kan de betrokkene zich niet vinden in het verbod van de ambtenaren om verder te mogen rijden met de fietsendrager. Van gevaar voor de verkeersveiligheid was geen sprake.
3. De onder 1 vermelde gedraging, met feitcode N010C, ziet op een overtreding van artikel 5.2.1 van de Regeling voertuigen (hierna: Rv).
4. Artikel 5.2.1 Rv houdt - voor zover hier relevant - in:
“1. (…)
2. De personenauto moet zijn voorzien van de juiste kentekenplaten.
3. (…)
4. De kentekenplaten moeten zijn voorzien van het in artikel 5 van Pro het Kentekenreglement
voorgeschreven goedkeuringsmerk en moeten deugdelijk aan de voor- en achterzijde van het voertuig
zijn bevestigd.
5. Het kenteken moet goed leesbaar zijn en de kentekenplaten mogen niet zijn afgeschermd.”
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: ik, verbalisant [B] , reed op de Rijksweg A2 tussen Abcoude en Vinkeveen toen ik een personenauto met genoemd kenteken zag rijden. Ik zag dat deze personenauto een fietsendrager op de trekhaak bevestigd had. Ik zag dat het kenteken van deze fietsendrager niet aan de gestelde eisen voldeed. Ik zag dat het kenteken van papier was waarbij het kenteken met stift opgeschreven stond.
Verklaring betrokkene: ik rij al jaren zo. Ik wist niet dat dit niet mocht. Als de wetgeving aangepast wordt, vind ik dat iedereen daarvan op de hoogte gesteld dient te worden.”
6. In hoger beroep is een aanvullend proces-verbaal van 25 augustus 2019 door de advocaat-generaal bij het verweerschrift gevoegd. Hierin herhaalt de ambtenaar in grote lijnen zijn verklaring zoals in het zaakoverzicht is opgenomen, namelijk dat de kentekenplaat van de fietsendrager niet aan de gestelde eisen voldeed.
7. Met de advocaat-generaal stelt het hof vast dat artikel 5.2.1 Rv betrekking heeft op de aanwezigheid en bevestiging van de kentekenplaten op de personenauto en niet op die van een lastdrager, zoals een fietsendrager. Gelet hierop had geen sanctie mogen worden opgelegd voor de onder 1 genoemde en in de inleidende beschikking omschreven gedraging.
8. De verklaring van de ambtenaar biedt aanknopingspunten voor het oordeel dat de betrokkene in strijd heeft gehandeld met artikel 5.18.7, eerste lid, aanhef en onder f, van de Rv. Ten tijde van de gedraging luidde dit artikel - voor zover hier van belang - als volgt:
“Indien de op het voertuig aangebrachte kentekenplaat door de lastdrager of de goederen wordt afgeschermd, moet de lastdrager zijn voorzien van een kentekenplaat met het kenteken van het voertuig waarop de lastdrager is aangebracht, alsmede van achterkentekenplaatverlichting; het kenteken moet goed leesbaar zijn en de kentekenplaat moet zijn voorzien van het in artikel 5 van Pro het Kentekenreglement voorgeschreven goedkeuringsmerk en mag niet zijn afgeschermd.”
Overtreding van deze bepaling betreft de gedraging met feitcode P070F, waarbij de bijbehorende sanctie € 140,- bedraagt.
9. Wijziging van de inleidende beschikking op het punt van de omschrijving van de gedraging met bijbehorende feitcode als door de advocaat-generaal is voorgesteld, is reeds hierom niet mogelijk, nu het sanctiebedrag van de overtreding van 5.18.7, eerste lid, aanhef en onder f, Rv hoger is dan de aan de betrokkene opgelegde sanctie. Dat het hof het bedrag van € 140,- met het oog op het voorkomen van reformatio in peius kan verlagen tot € 95,-, doet daaraan niet af (vergelijk de uitspraak van het hof van 4 februari 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:1146).
10. Het hof zal, gelet op het voorgaande, de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. Het tot zekerheid gestelde bedrag dient aan de betrokkene te worden gerestitueerd.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
vernietigt de inleidende beschikking waarbij, onder CJIB-nummer 215475336, aan de betrokkene een sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen de betrokkene tot zekerheid heeft gesteld door de advocaat-generaal aan de betrokkene wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.