Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Beoordeling
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Betrokkene werd een administratieve sanctie van €140 opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op een wijze die volgens het Openbaar Ministerie gevaar of hinder op de weg zou veroorzaken, in strijd met artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). De overtreding zou hebben plaatsgevonden op 10 oktober 2017 op de Rechtstraat te Maastricht, waarbij het voertuig deels op een gehandicaptenparkeerplaats stond.
De verbalisant stelde vast dat het voertuig deels op een gehandicaptenparkeerplaats stond, waardoor andere weggebruikers niet konden parkeren op die plek. Dit viel onder artikel 26 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), dat het parkeren op gehandicaptenparkeerplaatsen reguleert. Het hof concludeerde dat er geen sprake was van gevaar of hinder anders dan het verhinderen van het gebruik van de gehandicaptenparkeerplaats zelf.
Daarom was er geen grond voor een sanctie op basis van artikel 5 WVW Pro 1994. Het hof oordeelde dat wijziging van de feitcode naar overtreding van artikel 26 RVV Pro 1990 niet mogelijk was omdat het sanctiebedrag daarvoor hoger is dan het opgelegde bedrag. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie en bepaalde dat het gestelde bedrag aan betrokkene moet worden gerestitueerd.
Daarnaast kende het hof een proceskostenvergoeding toe aan betrokkene voor gemaakte reiskosten en kosten van rechtsbijstand, vastgesteld op €517,50. De advocaat-generaal werd veroordeeld deze kosten te vergoeden. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in openbare zitting.
Uitkomst: Het hof vernietigt de sanctiebeschikking en bepaalt restitutie van het opgelegde bedrag aan betrokkene, met toekenning van proceskostenvergoeding.