Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
- het beroepschrift tevens houdende verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex art. 223 Rv Pro, met producties, ingekomen op 27 februari 2020;
- het verweerschrift met betrekking tot het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening met producties;
- een journaalbericht van mr. Dorhout-Tielken van 20 maart 2020 met productie;
- een journaalbericht van mr. Brokers-van Dijk van 30 maart 2020;
- een journaalbericht van mr. Brokers-van Dijk van 15 april 2020 met spreekaantekeningen;
- een journaalbericht van mr. Dorhout-Tielken van 15 april 2020 met spreekaantekeningen en producties, en
- een journaalbericht van mr. Brokers-van Dijk van 21 april 2020 met een reactie op de spreekaantekeningen van de wederpartij.
3.De feiten
- [kind] is met ingang van de zomervakantie 2020 twee aaneengesloten weken (3e en 4e week) in de bouwvakantie bij de vader. Mocht de vader de mogelijkheid hebben om buiten de bouwvakantie (in de zomervakantie) nog een extra week vrij te kunnen krijgen, dan heeft [kind] recht op nog een week bij haar vader. De vader maakt dit dan tenminste een half jaar van tevoren kenbaar aan de moeder;
- Mocht de vader geen vrij kunnen krijgen in de schoolvakantie, dan overlegt hij met de moeder of [kind] langer bij de moeder kan zijn.