Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld door de kantonrechter tot betaling van een geldsom aan geïntimeerde wegens waterschade. De termijn voor het instellen van hoger beroep bedroeg drie maanden vanaf de uitspraak op 19 februari 2019, derhalve tot uiterlijk 20 mei 2019.
Appellant stelde dat hij het vonnis niet eerder dan op 24 mei 2019 had ontvangen en daarom de dagvaarding in hoger beroep op 17 juni 2019 tijdig was uitgebracht binnen veertien dagen na kennisname. Het hof oordeelde dat de beroepstermijn strikt moet worden nageleefd en dat overschrijding slechts in bijzondere omstandigheden kan worden toegestaan.
Omdat appellant geen goede reden had aangevoerd voor de late dagvaarding en na ontvangst van het vonnis nog een volledige werkweek beschikbaar was, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant werd tevens veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.