Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om het verzoek van de moeder om de uitvoerbaarheid van een beschikking van de rechtbank Gelderland, waarin de zorg- en opvoedingstaken tussen ouders zijn verdeeld, te schorsen. De rechtbank had bepaald dat het kind vanaf 1 juni 2020 eenmaal per week onbegeleid bij de vader thuis zou verblijven, een beslissing die uitvoerbaar bij voorraad was verklaard.
De moeder stelde dat de uitbraak van COVID-19 en de gevolgen daarvan, waaronder het stopzetten van begeleide omgang door Pactum en het niet haalbaar zijn van onbegeleide omgang, een grond vormden voor schorsing. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland Regio Noord onderschreef dat de omgang door de coronacrisis niet kon plaatsvinden zoals gepland.
Het hof overwoog dat het belang van de vader bij contact met het kind zwaarder weegt dan het belang van de moeder bij schorsing. De omstandigheden rondom COVID-19 rechtvaardigen geen algehele schorsing van de uitvoerbaarheid van de beschikking. De moeder kan in de hoofdzaak in hoger beroep de feiten en omstandigheden volledig aanvoeren. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid van de zorg- en opvoedingstakenregeling wordt afgewezen.