Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[geïntimeerde],
hierna: [geïntimeerde] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure vordert appellant betaling van een geldbedrag en later in hoger beroep tevens afgifte van een litho van Herman Brood. De rechtbank wees de oorspronkelijke vordering af wegens verjaring, waarna appellant hoger beroep instelde en zijn eis vermeerderde.
Geïntimeerde maakte bezwaar tegen de eisvermeerdering op grond van strijd met de goede procesorde. Het hof oordeelt dat de eisvermeerdering toelaatbaar is omdat het een eenvoudige en overzichtelijke vordering betreft met een andere juridische grondslag dan de oorspronkelijke geldlening.
Het hof stelt dat het ontbreken van een feitelijke instantie in hoger beroep niet doorslaggevend is en dat de eisvermeerdering geen onredelijke vertraging of bemoeilijking van de verdediging oplevert. Daarom wordt het bezwaar ongegrond verklaard en wordt de hoofdzaak voortgezet in de huidige stand.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaar tegen de eisvermeerdering ongegrond en zet de hoofdzaak voort.