Uitspraak
[verzoeker],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft verzoeker bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een wrakingsverzoek ingediend tegen leden van de wrakingskamer. Eerder was een eerste wrakingsverzoek van verzoeker afgewezen door dezelfde wrakingskamer.
Het tweede wrakingsverzoek werd ingediend nadat de behandeling van het eerste verzoek reeds was afgesloten door een beslissing op 3 maart 2020. De wrakingskamer stelde dat een wrakingsverzoek in beginsel in elke stand van de procedure kan worden gedaan, maar dat het verzoek moet zijn ingediend voordat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd.
Omdat op het moment van het tweede wrakingsverzoek de behandeling van het eerste verzoek al was geëindigd en ook in de hoofdzaak reeds een einduitspraak was gedaan, oordeelde de wrakingskamer dat het tweede verzoek niet tijdig was ingediend. De herstelbeslissing van 14 april 2020 wegens een kennelijke schrijffout deed hieraan niet af. De wrakingskamer verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk en kwam niet toe aan inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend na beëindiging van de behandeling van het eerste verzoek.