De jeugdige met een verstandelijke beperking en een ongespecificeerde schizofrenie spectrumstoornis verblijft sinds drie jaar in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI). De rechtbank had de PIJ-maatregel verlengd met 24 maanden vanwege het hoge recidiverisico en de hardnekkige problematiek. Het hof bevestigt deze beslissing, waarbij het verzoek van de raadsman om te onderzoeken of de jeugdige kan worden overgeplaatst naar een reguliere GGZ-instelling in het kader van een zorgmachtiging wordt afgewezen.
Tijdens de zitting werden deskundigen gehoord die stelden dat de jeugdige meer begeleiding nodig heeft dan een reguliere GGZ kan bieden en dat een JJI een geschiktere behandelomgeving is. De jeugdige heeft psychotische klachten en automutilatie, en hoewel hij vooruitgang heeft geboekt, is het behandeltraject traag en complex. De raadsman voerde aan dat het risico op recidive mogelijk overschat is en verzocht om een kortere verlenging of aanhouding voor nader onderzoek.
Het hof oordeelt dat de problematiek van de jeugdige dermate complex en chronisch is dat binnen 24 maanden geen voldoende beperking van het delictgevaar te verwachten is. Een reguliere GGZ-instelling is op dit moment geen passende vervolgvoorziening. De maatregel zal voorwaardelijk eindigen op 9 maart 2022 en onvoorwaardelijk op 9 maart 2023, tenzij opnieuw verlengd. Het hof wijst het verzoek tot overgang naar een zorgmachtiging af en bevestigt de beslissing van de rechtbank met aanvullende motivering.