Uitspraak
hierna: de maatregel) met een termijn van zes maanden.
Overwegingen:
Beslissing
[naam jeugdige].
zes maanden.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep tegen de verlenging van een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen opgelegd aan een jeugdige met een ernstige persoonlijkheidsstoornis en een matig tot hoog risico op toekomstig gewelddadig gedrag. De rechtbank had de maatregel met zes maanden verlengd, maar het hof vernietigt deze beslissing omdat de rechtbank de stoornis niet heeft omschreven en niet heeft voldaan aan de wettelijke vereisten.
Het hof heeft de stukken bestudeerd en de jeugdige, zijn raadsman, de advocaat-generaal en een deskundige gehoord. De deskundige concludeert dat het behandeltraject onvoldoende is verlopen en dat het risico op recidive nog steeds aanwezig is. De coronamaatregelen hebben het resocialisatietraject bemoeilijkt, waardoor verlof en dagbesteding niet mogelijk waren.
De jeugdige en zijn raadsman pleiten voor onmiddellijke voorwaardelijke beëindiging van de maatregel, omdat het verblijf in de inrichting door de coronamaatregelen een kale detentie is geworden zonder resocialisatiemogelijkheden. Het openbaar ministerie benadrukt het recidiverisico en stelt voorwaarden waaronder de maatregel voorwaardelijk kan worden beëindigd.
Het hof stelt vast dat de maatregel verlengd moet worden tot de maximaal toegestane duur, mede vanwege de veiligheid van anderen en het belang van de jeugdige. De maatregel zal voorwaardelijk eindigen op 13 juli 2020 en onvoorwaardelijk op 13 juli 2021. De beslissing van de rechtbank wordt vernietigd en de maatregel wordt verlengd met zes maanden.
Uitkomst: De maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wordt vernietigd en verlengd met zes maanden wegens matig tot hoog recidiverisico.