ECLI:NL:GHARL:2020:4772
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt afwijzing ontruimingsvordering en geldvorderingen Heineken tegen huurder
In deze zaak vordert Heineken Nederland B.V. in kort geding dat geïntimeerde het gehuurde pand ontruimt en diverse geldsommen betaalt wegens huurachterstand en niet-nakoming van contractuele verplichtingen. Het hof stelt vast dat ontruiming een feitelijke handeling is waarbij het gehuurde ter vrije beschikking moet worden gesteld. Heineken heeft echter nagelaten te onderbouwen hoe geïntimeerde die ontruiming feitelijk moet bewerkstelligen, terwijl geïntimeerde geen toegang tot het pand heeft en Heineken zelf geen daadwerkelijke ontruiming wenst.
Daarnaast heeft Heineken onvoldoende aangetoond dat geïntimeerde haar verplichtingen uit de huurovereenkomst niet nakomt, behalve de huurachterstand. De aanvullende vorderingen tot naleving van het drankafnamebeding en reclameverplichtingen worden niet toegewezen omdat het debat hierover niet in kort geding kan worden beslecht en onvoldoende spoedeisend belang is aangetoond.
Ten aanzien van de geldvorderingen oordeelt het hof dat terughoudendheid geboden is bij veroordelingen tot betaling in kort geding. Heineken heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van onverwijlde spoed of een restitutierisico. Het bewijsaanbod van Heineken wordt verworpen wegens het voorlopige karakter van de procedure.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt Heineken in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van Heineken af en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.