ECLI:NL:GHARL:2020:6163
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en verrekening gebruiksvergoeding woning na echtscheiding
Partijen zijn in 2001 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Na het verzoek tot echtscheiding door de man in 2019 heeft de rechtbank de echtscheiding uitgesproken en kinderalimentatie vastgesteld. De vrouw ging in hoger beroep tegen de hoogte van de alimentatie en andere beslissingen, terwijl de man incidenteel hoger beroep instelde over de bijdrage in woonlasten.
Tijdens de procedure is vastgesteld dat de man sinds 2017 arbeidsongeschikt is met een hoge mate van psychisch en lichamelijk disfunctioneren, waardoor zijn restverdiencapaciteit beperkt is. Het hof oordeelt dat de man onvoldoende draagkracht heeft voor een hogere kinderalimentatie dan vastgesteld door de rechtbank, zodat het hof dit bedrag bekrachtigt.
Ten aanzien van de woonlasten oordeelt het hof dat de vrouw sinds maart 2018 het alleengebruik van de woning heeft en dat het redelijk is dat zij ook de eigenaarslasten draagt. De bijdrage van de man in de helft van deze lasten vanaf februari 2019 wordt vernietigd en weggenomen door een verrekening met een gebruiksvergoeding die de vrouw aan de man zou moeten betalen. Het verzoek van de man om medegebruik van de woning na augustus 2020 wordt afgewezen vanwege onzekerheid over de verkoop van de woning.
De bestreden beschikking wordt voor het deel van de bijdrage in eigenaarslasten vernietigd en voor het overige bekrachtigd. De overige verzoeken van partijen worden afgewezen.
Uitkomst: De bijdrage van de man in de helft van de eigenaarslasten vanaf 1 februari 2019 wordt vernietigd en de kinderalimentatie wordt bekrachtigd op het door de rechtbank vastgestelde bedrag.