Uitspraak
: Rousant,
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft een geschil over de hoogte van het loon dat een arbeidsongeschikte werknemer tijdens ziekte toekomt, terwijl hierover niets in de arbeidsovereenkomst of cao is vastgelegd. De werknemer is sinds maart 2018 arbeidsongeschikt en ontving aanvankelijk 100% loon, waarna de werkgever het loon opschortte en later 70% betaalde. De werknemer vorderde betaling van 100% loon met wettelijke rente en verhoging.
De kantonrechter oordeelde dat de loonopschorting onterecht was en kende de werknemer loon toe conform de cao Metaal tot 1 maart 2018, met een wettelijke verhoging van 25%. De werkgever ging in hoger beroep tegen dit vonnis en vorderde vernietiging en terugbetaling van reeds betaalde bedragen.
Het hof stelde vast dat de loonopschorting onterecht was, mede omdat het deskundigenoordeel van het UWV het aangeboden werk als niet passend beoordeelde en de bedrijfsarts schriftelijk contact toestond. Het hof bepaalde dat de werknemer mocht verwachten dat hij gedurende de eerste zes maanden van ziekte 100% loon zou ontvangen en daarna 70%. Het hof beperkte de wettelijke verhoging tot 25% en veroordeelde de werkgever tot betaling van het achterstallige loon met rente en verhoging. De proceskosten werden verdeeld conform de uitkomst.
Uitkomst: Werkgever moet loon betalen: 100% over eerste zes maanden ziekte en 70% daarna, met wettelijke rente en 25% verhoging.