Uitspraak
[verzoeker2],
[verzoeker3],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond het ontslag op staande voet van [verweerster2] door Haarmode De Tijd centraal. Het hof oordeelde dat het ontslag op staande voet geen stand houdt, mede vanwege de gezondheidssituatie van de werknemer en het feit dat de werkgever na het ontslag nog mogelijkheden bood om door te werken. De dringende reden ontbrak en de mededeling van die reden was niet onverwijld.
Na het ongeldig verklaren van het ontslag op staande voet, heeft het hof de arbeidsovereenkomst alsnog ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding (de g-grond). De werknemer had herhaaldelijk regels overtreden en was vaak te laat, wat de arbeidsrelatie onherstelbaar had beschadigd. De werknemer kon niet terugkeren in haar functie, wat ook door de bedrijfsarts werd bevestigd.
Het hof oordeelde dat de werkgever het loon moest blijven doorbetalen tot de datum van ontbinding. De loonberekening werd gebaseerd op een langere referteperiode van zes maanden vanwege de specifieke omstandigheden rondom de afbouw van uren. De verzoeken van de werknemer tot billijke vergoeding en transitievergoeding werden afgewezen.
De arbeidsovereenkomst werd per beschikking ontbonden, waarbij elke partij haar eigen proceskosten draagt. Het ontslag op staande voet werd verworpen, maar de arbeidsovereenkomst werd alsnog beëindigd op redelijke grond.
Uitkomst: Ontslag op staande voet wordt verworpen; arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verstoorde arbeidsverhouding met loonbetaling tot ontbinding.