Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
, en het verzoek tot instelling van mentorschap afgewezen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak is door verzoekster hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kantonrechter die een bewindvoerder heeft benoemd over de goederen van betrokkene, die lijdt aan dementie, en het verzoek tot instelling van mentorschap heeft afgewezen.
Het hof stelt vast dat de voorwaarden voor bewindvoering zijn vervuld en onderschrijft de keuze voor een professioneel bewindvoerder vanwege ernstige familieconflicten over de nalatenschap, wat rust brengt voor betrokkene en de familie. Verzoekster heeft geen bezwaren tegen de huidige bewindvoerder als persoon.
Ten aanzien van het mentorschap oordeelt het hof dat de situatie van betrokkene niet zodanig is dat dit noodzakelijk is. De medische verklaringen richten zich vooral op financiële zaken en niet op het dagelijks functioneren. Betrokkene ontvangt adequate zorg, werkt mee en verzet zich tegen mentorschap om zelf de regie te behouden.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kantonrechter en benadrukt dat bij verslechtering van de situatie opnieuw een verzoek tot mentorschap kan worden ingediend.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van de professionele bewindvoerder en wijst het verzoek tot mentorschap af.