ECLI:NL:GHARL:2020:6907
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. De tenlastelegging betrof bedreigingen jegens een slachtoffer en haar kinderen, geuit in gesprekken met derden.
Tijdens de terechtzitting heeft het hof vastgesteld dat verdachte de bedreigende woorden weliswaar heeft geuit en dat deze ter kennis van het slachtoffer zijn gekomen. Echter, het hof achtte niet wettig en overtuigend bewezen dat deze woorden zodanig waren dat zij bij het slachtoffer de redelijke vrees konden opwekken voor het verlies van leven of zware mishandeling, zoals vereist volgens artikel 285 Sr Pro.
Het hof nam mee dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat er geen aanwijzingen zijn dat hij daadwerkelijk bereid of in staat is dergelijke ernstige misdrijven te plegen. De uitlatingen waren weliswaar ongepast en onfatsoenlijk en konden aanleiding geven tot gevoelens van onveiligheid, maar voldeden niet aan de strafrechtelijke criteria voor bedreiging.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Deze vrijspraak betekent niet dat de uitlatingen rechtmatig waren, maar dat zij niet strafbaar zijn onder de gegeven omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van bedreiging wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.