Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties 1, 2 en 3, ingekomen op 13 mei 2020;
- het verweerschrift van de raad.
- een brief van mr. Wouda-van Velzen van 3 juni 2020 met producties 4 en 5, en
- een journaalbericht van mr. Wouda-van Velzen van 15 juni 2020 met producties 6, 7 en 8.
- de moeder in persoon, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- [B] namens de Raad, en
- [C] namens de GI.
3.De feiten
- [de minderjarige1] (verder: [de minderjarige1] ), geboren [in] 2007 te [D] ,
- [de minderjarige2] (verder: [de minderjarige2] ), geboren [in] 2014 te [A] , en
- [de minderjarige3] (verder: [de minderjarige3] ), geboren [in] 2017 te [A] .
- [de meerderjarige1] (formele naam [naam1] , verder: [de meerderjarige1] ), en
- [de meerderjarige2] (formele naam: [naam2] , verder: [de meerderjarige2] ).