ECLI:NL:GHARL:2020:7000
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing faillissement wegens gebrek aan baten en verzoek omzetting naar schuldsaneringsregeling
Appellant is in 2011 failliet verklaard op verzoek van schuldeisers. In 2015 werd een verzoek tot opheffing van het faillissement onder gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen, waarna appellant het hoger beroep introk.
In juli 2020 heeft de rechtbank het faillissement opgeheven wegens gebrek aan baten en de curator- en faillissementskosten vastgesteld. Appellant kwam hiertegen in hoger beroep en verzocht het faillissement voort te laten duren of hem toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.
Het hof oordeelt dat appellant geen verzoek tot omzetting naar de schuldsaneringsregeling bij de rechtbank heeft ingediend en dat een dergelijk verzoek niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan. Verder is niet gebleken dat er voldoende baten zijn om het faillissement in stand te houden. Het verzoek om het faillissement niet op te heffen vanwege het ontbreken van een minnelijke regeling wordt verworpen, aangezien dit de verantwoordelijkheid van appellant zelf is.
Het hoger beroep faalt en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd. Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de opheffing van het faillissement wegens gebrek aan baten en verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.