Deze zaak betreft een minderjarige die sinds 2017 uit huis is geplaatst en momenteel verblijft in een gesloten accommodatie. De gecertificeerde instelling heeft een machtiging gevraagd voor gesloten verblijf, welke door de kinderrechter is toegekend tot 11 december 2020.
De minderjarige is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan en verzoekt het hof de machtiging te vernietigen. Het hof heeft de stukken van de eerdere procedure en het beroepschrift bestudeerd en de zitting van 18 augustus 2020 gehouden, waarbij de minderjarige en zijn advocaat aanwezig waren.
Het hof overweegt dat de wettelijke voorwaarden voor gesloten jeugdhulp zijn vervuld, zoals neergelegd in artikel 6.1.2 van de Jeugdwet, en dat de kinderrechter de beslissing zorgvuldig heeft gemotiveerd. Hoewel de minderjarige aangeeft dat zijn situatie recentelijk is verbeterd en hij niet meer is weggelopen, is dit nog te kort om de machtiging te beëindigen.
Daarom bekrachtigt het hof de beschikking van de kinderrechter en verlengt de machtiging tot 11 december 2020. Het hof acht het van belang dat de gezinsvoogd streeft naar een geleidelijke overgang naar open verblijf en begeleid wonen.