Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar kind, die door de gecertificeerde instelling (GI) was verzocht. De kinderrechter had de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 18 oktober 2020. De moeder stelt dat zij voldoende aan de gestelde doelen heeft voldaan en dat het kind weer bij haar kan wonen.
Het hof heeft vastgesteld dat de moeder haar verslavingsproblematiek onder controle heeft, diverse therapieën heeft afgerond en een stabiele woonsituatie heeft. Ook is de communicatie tussen de ouders verbeterd en zijn zij in staat goede afspraken te maken met de pleegouders. De gezinsvoogd wacht nog op de uitkomst van een NIFP-onderzoek, maar erkent dat de ouders en pleegouders samen afspraken kunnen maken in het belang van het kind.
Het hof oordeelt dat de gronden voor uithuisplaatsing niet meer aanwezig zijn en vernietigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing met ingang van de datum van de beschikking. De ondertoezichtstelling blijft wel van kracht tot 18 oktober 2020. Het kind zal geleidelijk en in overleg met alle betrokkenen terugkeren naar de moeder, waarbij rekening wordt gehouden met de loyaliteiten van het kind.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt vernietigd en het verzoek tot verlenging afgewezen.