ECLI:NL:GHARL:2020:7330
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijzigt sanctie en toewijst proceskostenvergoeding in Wahv-zaak
In deze zaak stond het hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter centraal, waarbij aan de betrokkene een sanctie van €400 was opgelegd wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig. De betrokkene voerde aan dat het voertuig slechts als hobby- en reparatieproject diende en verzocht om matiging van de sanctie. Het hof stelde vast dat het voertuig op het moment van controle niet verzekerd was en de tenaamstelling niet geschorst was, waardoor de gedraging vaststond.
De advocaat-generaal stelde voor de sanctie te matigen tot €200, hetgeen door de betrokkene werd aanvaard. Het hof volgde dit voorstel en matigde de sanctie, waarbij het voldoende rekening hield met de bijzondere omstandigheden. Daarnaast werd de vraag van proceskostenvergoeding behandeld. De advocaat-generaal betoogde dat proceskosten voor het administratief beroep niet vergoed behoorden te worden, omdat er geen aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid was.
Het hof oordeelde echter dat proceskostenvergoeding ook in de administratief beroepfase toekomt wanneer de sanctie wordt gewijzigd, zoals hier het geval was. De kantonrechter had al proceskosten toegekend voor de procedure bij de kantonrechter. Het hof kende voor het administratief beroep en hoger beroep een vergoeding toe van €525,-, gebaseerd op twee procespunten met een wegingsfactor van 0,5. De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd voor zover het beroep ongegrond werd verklaard, het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie werd gewijzigd naar €200. Tevens werd het teveel betaalde bedrag gerestitueerd en de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De sanctie wordt gematigd tot €200 en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €525.