Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 23 oktober 2019;
- het verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep met producties;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met producties;
- een journaalbericht van mr. Anik van 6 mei 2020 met een productie;
- een journaalbericht van Coskun van 6 mei 2020;
- een journaalbericht van mr. Coskun van 11 mei 2020 met producties, en
- een journaalbericht van mr. Anik van 24 juni 2020 met een productie.
3.De feiten
- [de meerderjarige1] , geboren [in] 1997 te [B] ;
- [de meerderjarige2] , geboren [in] 2002 te [B] en
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2006 te [B] .
4.De omvang van het geschil
- echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- een regeling vastgesteld ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de kinderen;
- bepaald dat de vrouw huurder zal zijn van de (voormalige) echtelijke woning, en
- bepaald dat de man aan de vrouw met ingang van de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand zal betalen:
- € 74,- per kind per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen [de meerderjarige2] en [de minderjarige1] en
- € 492,- bruto per maand als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.