Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
4.De slotsom
€ 639
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een kort geding waarin J.G. Beheer B.V. (voormalig Te Brake B.V.) hoger beroep instelt tegen het vonnis van de voorzieningenrechter dat het conservatoir beslag van Installatiebedrijf Stienezen-Wanders B.V. (SW) op twee bouwpercelen handhaafde.
SW had beslag gelegd wegens onbetaalde facturen. Te Brake verkocht één perceel (perceel A) voor € 100.000 en wilde dit beslagvrij leveren. De voorzieningenrechter wees het verzoek tot opheffing van het beslag af. Later bleek uit de bodemprocedure dat Te Brake teveel had betaald aan SW, waarna een schikking volgde.
Het hof oordeelt dat het beslag op perceel A subsidiair had moeten worden opgeheven onder de voorwaarde dat de overwaarde bij de notaris in depot werd gesteld. Het belang van SW was voldoende gewaarborgd met het beslag op perceel B en het depot. Het hof vernietigt het vonnis voor zover het de proceskostenveroordeling betreft, veroordeelt SW tot terugbetaling van deze kosten en veroordeelt SW in de kosten van eerste aanleg. De proceskosten van het hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor zover proceskostenveroordeling betreft en veroordeelt SW tot terugbetaling van onverschuldigde proceskosten met rente.