Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2020:7661

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 september 2020
Publicatiedatum
24 september 2020
Zaaknummer
TBS P20/0127
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging terbeschikkingstelling na incidenten en kort proefverlof

De terbeschikkinggestelde is sinds twaalf jaar onder TBS geplaatst en verblijft momenteel in een zelfstandige woning onder begeleiding van FPC Dr. S. van Mesdag. Na een tijdelijke terugplaatsing in de kliniek in oktober 2019 is hij teruggekeerd naar zijn woning en volgt een proefverloftraject. Hoewel het verlof positief verloopt, zijn er incidenten geweest, waaronder het niet naleven van verlofafspraken en het zelfstandig regelen van een andere werkplek zonder overleg.

De terbeschikkinggestelde heeft recent een partnerrelatie verbroken, wat volgens de reclassering en psychologen het risico op terugval en sociaal isolement vergroot. Dit verhoogt het recidiverisico, wat ook door de kliniek wordt onderschreven. Op grond hiervan adviseerden deskundigen en de kliniek verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar om continuïteit van zorg en risicobeheersing te waarborgen.

De raadsman verzocht primair om voorwaardelijke beëindiging van de verpleging en subsidiair om onderzoek naar die mogelijkheid. Het hof oordeelt dat dit prematuur is gezien de incidenten en korte duur van het proefverlof. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar.

Het hof gaat ervan uit dat bij een positief verloop van het proefverlof de kliniek en reclassering zullen onderzoeken of voorwaardelijke beëindiging verantwoord is en dat de reclassering een maatregelrapport zal opstellen voor de volgende verlengingsprocedure. Het verzoek tot beëindiging en onderzoek wordt afgewezen en de verlenging bevestigd.

Uitkomst: De verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt bevestigd en het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging afgewezen.

Uitspraak

TBS P20/0127
Beslissing d.d. 8 september 2020
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1974,
verblijvende in een zelfstandige woning op het adres [adres] te [plaats] , onder verantwoordelijkheid van Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Dr. S. van Mesdag te Groningen.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 27 januari 2020, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en – impliciet – afwijzing van het primaire verzoek om de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen en het subsidiaire verzoek om de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te laten onderzoeken door de reclassering.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
  • het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
  • de beslissing waarvan beroep;
  • de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 28 januari 2020;
  • het advies van het Adviescollege Verloftoetsing TBS (AVT) van 5 maart 2020, strekkende tot het opnieuw verlenen van een machtiging voor transmuraal verlof met betrekking tot de terbeschikkinggestelde;
  • de machtiging van de Minister van Rechtsbescherming van 9 maart 2020 voor het opnieuw verlenen van transmuraal verlof met betrekking tot de terbeschikkinggestelde;
  • het advies van Reclassering Nederland van 20 februari 2020 met betrekking tot het proefverlof van de terbeschikkinggestelde;
  • het advies van het Adviescollege Verloftoetsing TBS (AVT) van 24 april 2020 strekkende tot het verlenen van een machtiging voor proefverlof met betrekking tot de terbeschikkinggestelde;
  • de aanvullende informatie van FPC Dr. S. van Mesdag van 10 juli 2020, met als bijlagen de wettelijke aantekeningen van 4 juni 2019 tot en met 12 maart 2020.
Het hof heeft ter zitting van 25 augustus 2020 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. G.F.H. Velthuizen, advocaat te Zaandam, en de advocaat generaal mr. W.C.J. Stienen.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman
De terbeschikkinggestelde is – na een tijdelijke terugplaatsing in de kliniek op 30 oktober 2019 – inmiddels teruggekeerd naar zijn huurwoning, waar hij thans verblijft in het kader van het proefverlof. Hij heeft even moeten wennen aan het proefverlof, maar dit verlof verloopt wel goed. Hij wordt ambulant behandeld door een psycholoog bij de polikliniek van de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord (AFPN). Verder heeft hij wekelijks contact met een medewerker van de reclassering, met wie hij het goed kan vinden. Hij is ook weer werkzaam als kok. De chef en een aantal collega’s van de terbeschikkinggestelde zijn op de hoogte van zijn achtergrond en zij steunen hem. Het sociale netwerk van de terbeschikkinggestelde is niet beperkt tot mensen die hij kent via de vriendin die hun partnerrelatie recentelijk heeft verbroken. Hij heeft nog wel een goed contact met haar.
De raadsman heeft primair bepleit de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te laten onderzoeken door de reclassering.
Het standpunt van het openbaar ministerie
Tijdens de terbeschikkingstelling die nu twaalf jaar duurt, heeft de terbeschikkinggestelde zich positief ontwikkeld. Hij kan goed verwoorden welke stappen hij heeft gezet. Dit is een goede basis om recidive te voorkomen. Er is sprake geweest van enkele incidenten en een tijdelijke terugplaatsing in de kliniek. Het proefverlof heeft nog relatief kort geduurd en dient vooralsnog te worden voortgezet. De rechtbank heeft de terbeschikkingstelling verlengd met een termijn van één jaar. Uitgaande van de huidige expiratiedatum en een verlenging met een jaar zal de volgende verlengingsprocedure plaatsvinden over ongeveer vijf maanden. Dan kan de verpleging van overheidswege wellicht voorwaardelijk worden beëindigd. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.
Het oordeel van het hof
Afwijzing verzoeken
Het hof acht zich op basis van de voorhanden zijnde informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. De terbeschikkinggestelde is op 30 oktober 2019 tijdelijk teruggeplaatst in de kliniek. Hij heeft zich meermalen niet gehouden aan de verlofplanning. Ook heeft hij zonder overleg met het behandelteam een andere werkplek geregeld. Sinds de hervatting van het transmurale verlof op 28 november 2019 en de start van het proefverlof op 1 juni 2020 verloopt zijn resocialisatietraject op zichzelf weer positief. Ter zitting is evenwel ook gebleken dat de partnerrelatie van de terbeschikkinggestelde recent is verbroken. In haar rapport van 20 februari 2020, met betrekking tot het proefverlof, rapporteert de reclassering dat een dergelijke relatiebreuk hem zou kunnen ontregelen en in ieder geval zal leiden tot verlies van een groot deel zijn sociale netwerk, waardoor hij in een sociaal isolement zal geraken en mogelijk zal terugvallen in ‘oude’ coping, waaronder seksueel grensoverschrijdend gedrag. Uit de eerder uitgebrachte pro justitia rapportages van psycholoog Giessen en psychiater Maksimovic volgt dat zij het recidiverisico als matig tot hoog inschatten wanneer beschermende factoren, waaronder de intieme relatie van de terbeschikkinggestelde en het beschermende netwerk, wegvallen. De psycholoog en de psychiater adviseren de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar te verlengen. Dit is ook geadviseerd door de kliniek teneinde de continuïteit van de zorg te kunnen blijven waarborgen en de kans op recidive te beperken. Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel thans prematuur gezien de incidenten tijdens het transmurale verlof van de terbeschikkinggestelde en de korte duur van het vervolgens ingezette proefverloftraject. Dit traject dient nog enige tijd te worden voortgezet om vast te kunnen stellen of de terbeschikkinggestelde - ondanks de recente beëindiging van zijn partnerrelatie - stabiel blijft functioneren en het overigens ook verantwoord wordt geacht om de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen. Daarom zal het hof zowel het primaire als het subsidiaire verzoek van de raadsman afwijzen.
Bevestiging
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming en aanvulling van die gronden worden bevestigd.
Daarbij gaat het hof ervan uit dat de kliniek en de reclassering bij een positief verloop van het proefverlof in de komende periode onderzoeken of kan worden overgegaan tot een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en dat, indien dat zo is, de reclassering een maatregelrapport opstelt ten behoeve van de volgende verlengingsprocedure bij de rechtbank.

Beslissing

Het hof:
Wijstaf het verzoek tot de voorwaardelijk beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Wijstaf het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Bevestigtde beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 27 januari 2020 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde
[terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr. M.E. van Wees als voorzitter,
mr. K.A.J.M. Wetzels en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren,
en drs. A. Vissers en dr. J. Lucieer als raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Hermans als griffier,
en op 8 september 2020 in het openbaar uitgesproken.
mr. M.E. van Wees, mr. E.A.K.G. Ruys en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.