Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2020:8034

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
6 oktober 2020
Zaaknummer
200.265.656
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 224 RvArt. 6:51 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling zekerheidstelling proceskosten in hoger beroep curator faillissement

In deze civiele procedure in hoger beroep tussen appellant en de curator in het faillissement van een erflater stond de vraag centraal of appellant voldoende zekerheid had gesteld voor de proceskosten die hij mogelijk aan de curator verschuldigd zou zijn.

Het hof had bij arrest van 31 maart 2020 appellant bevolen zekerheid te stellen conform artikel 6:51 lid 2 BW Pro. Na een eerdere constatering dat de zekerheid onvoldoende was gesteld, heeft appellant alsnog het gevraagde bedrag van €3.973,01 gestort op de derdengeldenrekening van zijn advocaat. Tevens is een escrow-overeenkomst gesloten tussen appellant, de curator en de stichting beheer derdengelden, waarin duidelijk is vastgelegd onder welke voorwaarden het bedrag aan de curator of aan appellant zal worden uitgekeerd.

Het hof concludeert dat hiermee aan de eisen van artikel 6:51 lid 2 BW Pro is voldaan en dat de curator zijn vordering tot niet-ontvankelijkverklaring niet langer handhaaft. De beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak, die wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt.

Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2020.

Uitkomst: Appellant heeft voldoende zekerheid gesteld voor de proceskosten, waardoor het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.265.656
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 6663555)
arrest van 6 oktober 2020
in het incident in de zaak van
[appellant],
wonende te [A] ,
appellant, verweerder in het incident,
in eerste aanleg: eiser in conventie, verweerder in reconventie,
hierna: [appellant] ,
advocaat: mr. G.P. Geelkerken,
tegen:
mr. Eric René Looijen,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [erflater] , kantoorhoudende te Arnhem,
geïntimeerde, eiser in het incident,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
hierna: de curator,
advocaat: mr. J.J.P.T. van Summeren.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 14 juli 2020 hier over.
1.2
Het verdere verloop blijkt uit:
- de akte van [appellant] ,
- de antwoordakte van de curator.
1.3
Vervolgens heeft het hof arrest in het incident bepaald.

2.De motivering van de beslissing in het incident

2.1
Bij arrest van 31 maart 2020 heeft het hof bevolen dat [appellant] op grond van artikel 224 Rv Pro zekerheid dient te stellen ten behoeve van de curator voor een bedrag van € 3.973,01 ter zake van de proceskosten waartoe [appellant] in de procedure in hoger beroep veroordeeld zou kunnen worden. De zekerheid diende binnen vier weken na dat arrest te worden gesteld in een vorm die aan de eisen van artikel 6:51 lid 2 BW Pro voldoet. Bij arrest van 14 juli 2020 heeft het hof geoordeeld dat [appellant] onvoldoende zekerheid heeft gesteld. Het hof heeft [appellant] nogmaals de gelegenheid gegeven zekerheid te stellen in een vorm die aan de eisen van artikel 6:51 lid 2 BW Pro voldoet.
2.2
[appellant] heeft het bedrag waarvoor zekerheid moet worden gesteld gestort op de derdengeldenrekening van het kantoor van zijn advocaat, mr. Geelkerken. [appellant] , de curator en de Stichting Beheer Derdengelden van het kantoor van mr. Geelkerken (hierna: de stichting) hebben een zogenaamde escrow-overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst zijn partijen en de stichting onder meer, kort gezegd, het volgende overeengekomen. De stichting houdt het bedrag voor de curator en zal het bedrag op eerste verzoek van de curator aan hem uitkeren op het moment dat [appellant] jegens de curator in de proceskosten wordt veroordeeld. Indien [appellant] niet jegens de curator in de proceskosten wordt veroordeeld of indien de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat partijen hun eigen kosten dragen, zal de stichting het bedrag niet langer voor de curator, maar voor [appellant] houden.
2.3
Hiermee heeft [appellant] zekerheid gesteld in een vorm die aan de eisen van artikel 6:51 lid 2 BW Pro voldoet. De voorwaarden waaronder het bedrag aan de curator of aan [appellant] wordt uitgekeerd zijn duidelijk. Ook bestaat voldoende waarborg dat het bedrag niet op eerste verzoek van [appellant] weer naar hem zal worden teruggestort. Van belang is verder dat de curator heeft geconcludeerd dat [appellant] thans voldoende zekerheid heeft gesteld. Het hof begrijpt dat de curator zijn vordering tot niet-ontvankelijkverklaring in de hoofdzaak van [appellant] niet langer handhaaft.
2.4
Het hof zal bepalen dat [appellant] de bij het arrest van 31 maart 2020 bevolen zekerheid heeft gesteld. De beslissing over de proceskosten van het incident zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich blijkens het roljournaal bevindt. Het hof zal verder iedere beslissing aanhouden.

3.De beslissing

Het hof, recht doende:
in het incident:
bepaalt dat [appellant] de bij het arrest van 31 maart 2020 bevolen zekerheid heeft gesteld;
houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak in hoger beroep:
bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich blijkens het roljournaal bevindt;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, H. Wammes en S.C.P. Giesen, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2020.