Uitspraak
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 6 november 2019;
- het verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep, en
- een journaalbericht van mr. Wienen van 29 mei 2020, met producties.
3.De feiten
4.Het geschil
- de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, dan wel het verzoek van de vrouw af te wijzen en
- primair: te bepalen dat de man met ingang van 8 maart 2019 € 134,- netto per maand als kinderalimentatie bij vooruitbetaling aan de vrouw voldoet;
- subsidiair: te bepalen dat de man met ingang van 8 maart 2019 € 184,- netto per maand als kinderalimentatie bij vooruitbetaling aan de vrouw voldoet;
- meer subsidiair: een nader door het hof te bepalen bedrag als door de man te betalen kinderalimentatie vast te stellen met ingang van een nader door het hof te bepalen ingangsdatum;
5.De overwegingen voor de beslissing
- in januari 2020 over de maand december 2019 een WW-uitkering van € 940,69 bruto;
- in februari 2020 over de maand januari 2020 een WW-uitkering van € 1.219,05 bruto, en
- in maart 2020 over de maand februari 2020 een WW-uitkering van € 526,16 bruto.
6.De slotsom
7.De beslissing
- met ingang van 8 maart 2019 € 371,-;
- met ingang van 1 januari 2020 € 380,28;
- met ingang van 1 maart 2020 € 349,-,