In deze zaak kocht appellant een woning waarvan twee jaar na levering asbest in de kruipruimte werd ontdekt. Appellant stelde dat de woning niet voldeed aan de overeenkomst wegens non-conformiteit en dat er sprake was van dwaling omdat de aanwezigheid van asbest niet bekend was en niet was gemeld.
Het hof oordeelde dat de woning ten tijde van levering geschikt was voor normaal gebruik, aangezien de asbestbesmetting beperkt was tot de kruipruimte die niet toegankelijk was en afgedekt werd door een laminaatvloer. Verder was appellant zich bewust van het risico op asbest bij oudere woningen en had hij voorafgaand aan de koop onderzoeken laten uitvoeren. De mededelingen van geïntimeerde waren voorzichtige inschattingen en niet onjuiste garanties.
Het hof verwierp het standpunt dat geïntimeerde bekend was met de asbestbesmetting en dat hij onjuiste mededelingen had gedaan. Ook het beroep op dwaling faalde omdat appellant het asbestrapport niet heeft afgewacht en de risico's heeft aanvaard. De vordering tot vergoeding van saneringskosten werd daarom afgewezen en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.