ECLI:NL:GHARL:2020:8848

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 oktober 2020
Publicatiedatum
29 oktober 2020
Zaaknummer
Wahv 200.245.287/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1.2 RVArt. 5.18.6 RV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor niet deugdelijk afgedekte losse lading bieten op aanhanger

De betrokkene werd beboet wegens het rijden met een voertuig waarbij de losse lading, bestaande uit suikerbieten, niet deugdelijk was afgedekt. De bieten staken gedeeltelijk boven de rand van de laadbak uit, wat het risico op afvallen tijdens het rijden vergrootte. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

In hoger beroep voerde de gemachtigde van de betrokkene aan dat niet was komen vast te staan dat de lading gevaarlijk was en dat suikerbieten niet onder het begrip losse lading vielen, omdat ze doorgaans gezekerd kunnen worden. Het hof oordeelde echter dat het aan de feitelijke toestand van de lading te beoordelen is en dat de bieten in dit geval los en onbeschermd lagen.

Het hof verwierp de motiveringsklacht en stelde vast dat de foto in het dossier duidelijk maakte dat de lading gedeeltelijk boven de rand uitstak en niet was afgedekt. Hierdoor kon de lading bij het rijden afvallen, wat gevaar of hinder voor andere weggebruikers opleverde. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: De boete voor het rijden met niet deugdelijk afgedekte losse lading suikerbieten wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.245.287/01
CJIB-nummer
: 211563873
Uitspraak d.d.
: 29 oktober 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 juli 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde voert aan dat de kantonrechter ten onrechte voorbij gaat aan de motiveringsklacht, omdat de motiveringsklacht wel was gemotiveerd en de officier van justitie niet heeft gereageerd op de inhoudelijke grond.
2. De gemachtigde - een professionele rechtsbijstandsverlener - heeft in de procedure bij de kantonrechter met betrekking tot het motiveringsbeginsel slechts aangevoerd dat de beroepsgronden niet deugdelijk zijn behandeld en dat de officier niet of niet adequaat ingaat op de gemotiveerd gemaakte punten. In aanmerking genomen hetgeen de officier van justitie in zijn beslissing in reactie op de door de gemachtigde aangedragen gronden heeft overwogen en hetgeen de gemachtigde hiertegen heeft aangevoerd, heeft de kantonrechter terecht geoordeeld dat dit een algemeen geformuleerde beroepsgrond is en is hier terecht als ongegrond aan voorbij gegaan. De klacht wordt verworpen.
3. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 370,- voor: “met een voertuig rijden, met gevaar dat de niet deugdelijk afgedekte losse lading eraf valt”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 oktober 2017 om 11.25 uur op de Maasroute in Sprang-Capelle met het voertuig met het kenteken [YY-00-YY] .
4. De gemachtigde voert aan dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Uit het dossier bleek niet dat er gevaar bestond dat de lading van het voertuig kon vallen. Op de foto is niet te zien dat de suikerbieten tot over de rand lagen opgestapeld, alleen dat sommige bieten gedeeltelijk boven de rand uitsteken. De kantonrechter heeft voorts ten onrechte overwogen dat ook suikerbieten onder het begrip losse lading vallen. De gemachtigde verwijst in dit verband naar een arrest van het hof van 27 november 2014, dat is gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2014:9218. De gemachtigde stelt hierbij dat suikerbieten gezekerd kunnen worden in korven of boxen of anderszins, ten behoeve van veilig vervoer. De gemachtigde betwist de stelling van de advocaat-generaal dat de wijze van vervoeren bepaalt hoe de lading kan worden gekwalificeerd.
5. De onder onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5.1.2 in samenhang met artikel 5.18.6, tweede lid, van de Regeling Voertuigen (hierna: RV).
6. Artikel 5.1.2 RV - voor zover hier van belang - luidt:
“Het is de bestuurder van een voertuig of een samenstel van voertuigen verboden daarmee te rijden (…) indien niet wordt voldaan aan de in afdeling 18 van dit hoofdstuk ten aanzien van het gebruik van voertuigen of samenstellen van voertuigen van de categorie of categorieën, waartoe die voertuigen behoren, gestelde eisen.”
7. Artikel 5.18.6 RV, tweede lid, luidde ten tijde van de gedraging:
“Losse lading die naar haar aard niet op of aan het voertuig bevestigd kan worden, moet deugdelijk zijn afgedekt indien gevaar of hinder ontstaat of kan ontstaan als gevolg van afvallende of wegwaaiende lading.”
8. De toelichting op artikel 5.18.6 RV houdt voor zover hier van belang het volgende in: "Nieuw is het bepaalde in het tweede lid met betrekking tot het vervoer van losse lading. Dit lid bevat de verplichting om losse lading die van het voertuig kan vallen deugdelijk af te dekken. Gedacht dient daarbij te worden aan lading als zand, grint of puin. De wijze van afdekken is afhankelijk van de soort lading die wordt vervoerd. Zo zal voor grof puin een net voldoende zijn, terwijl zand een dekzeil zal vereisen."
9. Het begrip losse lading ziet dus op lading die los op of in het vervoermiddel geladen dient te worden. Een deugdelijke afdekking van losse lading wordt enkel vereist als er gevaar bestaat voor het tijdens het rijden van het voertuig vallen van (een deel van) de lading. Doet die situatie zich voor, dan is de wijze waarop de lading dient te worden afgedekt afhankelijk van de omstandigheden van het specifieke geval. Daarbij speelt onder meer de soort en de omvang van de lading een rol.
10. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de lading niet was afgedekt. (…)
Bijlagen: een fotografische opname. (…)
Verklaring betrokkene: is toch maar een uurtje.”
11. De in het zaakoverzicht genoemde foto bevindt zich in het dossier. Uit deze foto blijkt dat de lading bestond uit losse suikerbieten die gedeeltelijk boven de rand van de laadbak uitstaken en op geen enkele manier waren gezekerd of afgedekt.
12. De gemachtigde stelt dat geen sprake is van losse lading en verwijst hierbij naar overweging 10. van het arrest van het hof van 27 november 2014, waarin is verwezen naar de onder 8. genoemde voorbeelden in de toelichting op artikel 5.18.6 RV. Zoals de advocaat-generaal terecht heeft opgemerkt in het verweerschrift zijn dit voorbeelden van losse lading en is het geen limitatieve opsomming. Het hof verwerpt voorts de stelling van de gemachtigde dat suikerbieten geen losse lading zijn omdat ze gezekerd kunnen worden in korven of boxen. Het hof sluit zich aan bij de stelling van de advocaat-generaal dat het gaat om de feitelijke toestand waarin de lading is aangetroffen. Het gaat er in dit geval nu juist om dat de lading niet is gezekerd maar los in de laadbak van het voertuig lag. Naar het oordeel van het hof valt het vervoer van losse suikerbieten dan ook onder de definitie van losse lading in de Regeling Voertuigen.
13. Het hof volgt niet de stelling van de gemachtigde dat uit het dossier niet blijkt dat er gevaar bestond dat de lading van het voertuig kon vallen. Op de foto is immers te zien dat de suikerbieten gedeeltelijk boven de rand uitsteken en op geen enkele manier zijn afgedekt. Dit is een lading die af kan vallen, bijvoorbeeld bij bochten, hobbels, drempels of abrupt versnellen of afremmen. Afvallende suikerbieten kunnen gevaar of hinder opleveren voor overige weggebruikers.
Naar het oordeel van het hof is dan ook komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
14. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
15. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.