Uitspraak
[appellant],
Roelfsema,
1.1. Het geding in eerste aanleg
Assen, heeft gewezen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant vorderde in kort geding betaling van een transitievergoeding omdat hij meende dat zijn dienstverband slapend was en dat werkgever Roelfsema niet meewerkte aan beëindiging. De kantonrechter wees de vordering af en ook het hof bevestigde dit oordeel.
Het hof overwoog dat appellant ondanks arbeidsongeschiktheid werkzaamheden bleef verrichten en loon ontving, waardoor geen sprake was van een slapend dienstverband. De werkgever had bovendien goede redenen om het dienstverband niet te beëindigen en appellant had onvoldoende gemotiveerd waarom dit anders zou zijn.
Verder oordeelde het hof dat er geen sprake was van opzettelijke benadeling door de werkgever, mede gelet op de jurisprudentie rond de Xella-zaak en de timing van de compensatieregeling voor transitievergoedingen bij langdurige arbeidsongeschiktheid. De vorderingen werden afgewezen en appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen tot betaling van transitievergoeding en schadevergoeding worden afgewezen wegens geen slapend dienstverband en onvoldoende bewijs van opzettelijke benadeling.