Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant] ,
[appellante],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde2],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
gebruik mochten maken van de tussenliggende strook grond en dat daar duidelijke afspraken over zijn gemaakt namelijk alleen recht van gebruik.
Dat er alleen donker zand aanwezig was is niet waar. Ook is het niet waar dat de grond reeds vervuild was met stukjes puin in de bodem.”. Daaruit volgt echter nog niet dat – voordat [appellanten] c.s. de schutting plaatste – de strook grond voorzien was van geel zand en evenmin is daarmee voldoende onderbouwd dat er sprake is van vervuiling van de grond die door [appellanten] c.s. is veroorzaakt. Een verdere onderbouwing van de impliciete stellingen van [geïntimeerden] c.s. ontbreekt. Dit deel van de vordering is derhalve niet toewijsbaar en de tegen dit deel van de veroordeling gerichte grief slaagt.