Belanghebbende heeft een aanslag leges omgevingsvergunning ontvangen van €431.952,60 voor de nieuwbouw van een bouw- en tuinmarkt. Na bezwaar werd dit bedrag bijgesteld naar €392.481. Belanghebbende stelde dat de tuinmarkt een niet-standaard bouwwerk is, waardoor een lager tarief van toepassing zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het hof oordeelde dat de bouw- en tuinmarkt als geheel niet kan worden aangemerkt als een standaard meubelhal/doe-het-zelf-zaak vanwege de afwijkende bouwvorm en omvang van de tuinmarkt. De tuinmarkt is geen ondergeschikt onderdeel en heeft hogere bouwkosten per kubieke meter. De Tarieventabel biedt geen grondslag voor splitsing in afzonderlijke bouwdelen. Daarom moet de heffing plaatsvinden volgens het tarief voor niet-standaard bouwwerken, namelijk 2,80% van de bouwkosten.
De bouwkosten van €8.000.000 exclusief btw, opgegeven door belanghebbende, zijn door het hof gevolgd omdat de heffingsambtenaar zijn hogere schatting niet voldoende heeft onderbouwd. De leges worden daarom vastgesteld op €224.000 voor de bouwactiviteit, plus overige leges voor aanlegactiviteiten, totaal €224.411. Het hof vernietigt de eerdere uitspraken, verlaagt de aanslag en veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten en griffierechten.