ECLI:NL:GHARL:2021:10025
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging concurrentiebeding wegens onbillijke benadeling werknemer
De werknemer trad in 2010 in dienst bij de werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd waarin een concurrentiebeding was opgenomen. Na afloop van de overeenkomst bleef zij in dienst zonder schriftelijke vastlegging. In 2019 zegde zij haar contract op om bij een concurrerende salon te gaan werken binnen een straal van 15 kilometer.
De werkgever sommeerde haar te stoppen met deze werkzaamheden op grond van het concurrentiebeding en vorderde nakoming en boete. De kantonrechter wees deze vorderingen toe, maar het hof vernietigde het concurrentiebeding in hoger beroep wegens onbillijke benadeling van de werknemer.
Het hof oordeelde dat het concurrentiebeding rechtsgeldig was overeengekomen en stilzwijgend was voortgezet, maar dat het belang van de werkgever bij handhaving beperkt was tot bescherming van het klantenbestand. Het belang van de werknemer bij vrije arbeidskeuze en betere arbeidsvoorwaarden woog zwaarder.
Daarnaast werd geoordeeld dat er geen sprake was van onrechtmatige concurrentie omdat de werknemer geen essentiële bedrijfsgevoelige kennis gebruikte om het bedrijfsdebiet van de werkgever substantieel te schaden. De vordering tot schadevergoeding en verbod wegens onrechtmatige concurrentie werd afgewezen.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter voor zover het het concurrentiebeding betrof, wees de boete af en veroordeelde de werkgever in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het concurrentiebeding wegens onbillijke benadeling en wijst de vorderingen tot nakoming en boete af.