Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[naam1] Advocaten,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat centraal of de advocaat in een echtscheidingsprocedure een beroepsfout heeft gemaakt door geen toevoeging voor gefinancierde rechtsbijstand aan te vragen. De cliënte stelde dat zij onvoldoende is geïnformeerd over deze mogelijkheid en dat de advocaat haar onder druk heeft gezet met betrekking tot de afbetalingsregeling.
Het hof stelde vast dat de advocaat voorafgaand en tijdens de procedure uitgebreid met de cliënte heeft gesproken over haar financiële situatie, waarbij werd geconcludeerd dat zij geen recht had op gefinancierde rechtsbijstand vanwege haar vermogen en de te ontvangen partneralimentatie. Dit is ook schriftelijk vastgelegd in een e-mail en opdrachtbevestiging. De cliënte heeft onvoldoende feiten aangevoerd om dit te betwisten.
Daarnaast oordeelde het hof dat de advocaat geen ontoelaatbare druk heeft uitgeoefend bij het treffen van betalingsafspraken en dat de suggestie om een lening af te sluiten niet als een verkeerd advies kan worden aangemerkt. Ook andere vermeende beroepsfouten, zoals het verzoek tot verdeling bij een notaris en het in rekening brengen van tijd besteed aan communicatie met de ex-man, werden verworpen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de cliënte in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de grieven van de cliënte af.