ECLI:NL:GHARL:2021:10095
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake schadevergoeding na onrechtmatige ontruiming woning
In deze civiele zaak vordert appellant schadevergoeding van geïntimeerde wegens onrechtmatige ontruiming van een woning en het verwijderen van caravans en inboedel. Appellant woonde sinds juli 2014 in de woning op basis van een bruikleenovereenkomst die door geïntimeerde werd opgezegd met een opzegtermijn van tien dagen.
Na beëindiging van de bruikleenovereenkomst verwijderde geïntimeerde eigenhandig de caravans en inboedel van appellant zonder executoriale titel, wat onrechtmatig werd geoordeeld. Appellant stelde schade te hebben geleden door het verlies van deze goederen en vorderde vergoeding.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor de omvang van de schade. Wel stond vast dat schade was geleden, maar de waarde van de caravans en inboedel was onvoldoende onderbouwd. Bovendien slaagde het beroep van geïntimeerde op eigen schuld van appellant, omdat appellant geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid zijn bezittingen op tijd op te halen.
Daarom werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en de vorderingen afgewezen. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de schadevergoeding af wegens eigen schuld van appellant.