ECLI:NL:GHARL:2021:10123

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 oktober 2021
Publicatiedatum
28 oktober 2021
Zaaknummer
200.285.836
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding beslissing omgangsregeling vader en minderjarige in afwachting van hulpverlening en begeleide contacten

In deze zaak verzoekt de vader om een omgangsregeling met zijn minderjarige dochter. Het hof verwijst naar eerdere tussenbeschikkingen en rapporten, waaronder een advies van de raad voor de kinderbescherming van 30 juni 2021. Uit een persoonlijkheidsonderzoek blijkt dat de vader een stoornis in het autistisch spectrum (ASS) heeft, waarvoor hij begeleiding en behandeling moet ondergaan. Deze behandeling is recent opnieuw gestart met een wachttijd van acht maanden.

De raad adviseert het hof de beslissing aan te houden voor negen maanden, zodat de vader zijn behandeltraject kan volgen en tegelijkertijd begeleide omgang via een Omgangshuis kan plaatsvinden. De raad benadrukt de noodzaak van goede afstemming tussen de hulpverleners en een neutrale houding van de moeder naar het kind toe, evenals psycho-educatie voor de minderjarige over de problematiek van haar vader.

De vader stemt in met het advies en is gestart met hulpverlening. De moeder verzet zich tegen het aanhouden en verzoekt een nieuwe mondelinge behandeling. Het hof wijst dit verzoek af en volgt het advies van de raad, omdat het in het belang van het kind is contact met de vader te onderhouden. Het hof verwacht inzet van de vader om de trajecten succesvol te doorlopen en verzoekt de raad uiterlijk 1 april 2022 te rapporteren over de voortgang, waarna het hof verder zal beslissen.

Uitkomst: Beslissing over omgangsregeling wordt aangehouden tot 1 april 2022 in afwachting van behandeltraject en begeleide omgang.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.285.836
(zaaknummer rechtbank Overijssel 149571)
beschikking van 28 oktober 2021
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. R. Kaya te Enschede,
en
[verweerster],
wonende op een geheim adres,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M. Rijs te Enschede.

1.Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Voor het verloop van het geding tot 27 mei 2021 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.
1.2
Het verdere verloop blijkt uit:
- het rapport van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad) van 30 juni 2021;
- het journaalbericht van mr. Rijs van 9 juli 2021 met een productie;
- het journaalbericht van mr. Kaya van 17 augustus 2021 met een productie.

2.De motivering van de beslissing

2.1
Het hof blijft bij hetgeen is overwogen in de beschikking van 21 mei 2021, voor zover hierna niet anders wordt overwogen.
2.2
In die beschikking heeft het hof de raad verzocht een onderzoek in te stellen naar en te adviseren over de mogelijkheden van een omgangsregeling tussen de vader en zijn dochter [de minderjarige] .
2.3
De raad adviseert in zijn rapport het hof de beslissing op het verzoek van de vader in hoger beroep aan te houden voor een periode van negen maanden, om de ouders de gelegenheid te bieden in de tussenliggende periode de hierna omschreven hulpverlening in te roepen.
De raad heeft zijn advies - samengevat - als volgt onderbouwd. Uit een in november 2019 bij de vader verricht persoonlijkheidsonderzoek door [naam1] is gebleken dat bij de vader sprake is van een stoornis in het autistisch spectrum (ASS). Op dat moment werd voor hem begeleiding en behandeling in het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen van [naam1] geadviseerd. Die begeleiding en behandeling is destijds niet van de grond gekomen. De vader is echter op 10 mei 2021 wederom door de huisarts bij [naam1] aangemeld voor genoemd traject, voor welk traject de wachttijd acht maanden bedraagt.
De raad acht het in het belang van [de minderjarige] dat de vader dit traject positief afrondt en dat zij haar vader (met zijn beperkingen) leert kennen. De raad ziet mogelijkheden in begeleide omgang bij het omgangshuis van [naam2] . Volgens de raad kunnen beide trajecten naast elkaar lopen, mits er een goede afstemming zal zijn tussen [naam1] en [naam2] , waarbij de wijkcoach een verbindende rol kan spelen. Het is voorts belangrijk dat de betrokken hulpverlening vanuit de ASS-problematiek van de vader zo concreet, duidelijk en voorspelbaar mogelijk afspraken maakt met de vader, de moeder en [de minderjarige] , zodat de vader leert optimaal aan te sluiten bij [de minderjarige] . De moeder zal op een neutrale wijze over de vader dienen te praten richting [de minderjarige] , voor wie op die wijze het beeld van de vader levend gehouden wordt. Voorts dient de vader, zo mogelijk via de wijkcoach, op de hoogte te worden gehouden over de ontwikkeling van [de minderjarige] . Daarbij is het voor [de minderjarige] van belang dat zij na verloop van tijd psycho-educatie krijgt over de problematiek van de vader.
2.4
Uit de bij het journaalbericht van mr. Kaya van 17 augustus 2021 gevoegde reactie namens de vader blijkt dat de vader zich kan vinden in het advies van de raad. De vader is gestart met het inschakelen van hulpverlening bij [naam1] , maar ook bij de Praktijkondersteuner van de huisarts en bij de wijkcoach om te leren omgaan met allerlei aspecten op diverse leefgebieden, aldus de vader.
2.5
Uit de reactie van de moeder, gevoegd bij het journaalbericht van mr. Rijs van 9 juli 2021, blijkt dat zij zich niet kan vinden in het raadsadvies. Zij stelt, kort samengevat, dat de vader diverse kansen om contact met [de minderjarige] te hebben onvoldoende heeft gegrepen en dat zijn verzoek in hoger beroep moet worden afgewezen. Zij verzoekt het hof een nieuwe mondelinge behandeling te plannen, alvorens te beslissen.
2.6
Het hof ziet geen aanleiding voor toewijzing van het verzoek van de moeder om op dit moment een nieuwe mondelinge behandeling te plannen. Het hof acht het in het belang van [de minderjarige] dat zij contact kan hebben met de vader en zal daarom het advies van de raad volgen en de beslissing aanhouden. De vader krijgt daarmee nog een kans om de hulpverlening in te roepen en de trajecten te volgen op de door de raad omschreven wijze. Het hof verwacht van partijen, maar zeker van de vader, voor wie in het verleden het nakomen van afspraken lastig is gebleken, de volledige inzet om genoemde trajecten in het belang van [de minderjarige] succesvol te volbrengen.
Het hof ontvangt graag uiterlijk op 1 april 2022 bericht van de raad over de situatie op dat moment met betrekking tot de hiervoor genoemde trajecten en de eventuele verdere ontwikkelingen in de omgang tussen [de minderjarige] en haar vader en in de communicatie tussen de ouders. Het hof zal daarna partijen in de gelegenheid stellen daarop te reageren en vervolgens naar bevind van zaken verder beslissen.

3.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
alvorens verder te beslissen:
verzoekt de raad het hof uiterlijk 1 april 2022 te berichten zoals het hof hiervoor onder 2.6 heeft overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.H.F. van Vugt, voorzitter, R. Feunekes en I.G.M.T. Weijers-van der Marck, bijgestaan door G.E.M. Bours als griffier, en is op
28 oktober 2021 door de voorzitter uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.