ECLI:NL:GHARL:2021:10142

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 oktober 2021
Publicatiedatum
28 oktober 2021
Zaaknummer
Wahv 200.285.027/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:5 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor parkeren op groenstrook zonder gemeentelijk onderhoud

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het parkeren van een voertuig op een groenstrook aan de Marialaan in Breda op 30 april 2019. De sanctie van €95 werd opgelegd door een ambtenaar die volgens de betrokkene niet bevoegd was, omdat een mandaatbesluit ontbrak. Het hof oordeelde echter dat de enkele betwisting van bevoegdheid onvoldoende is om twijfel te doen ontstaan en accepteerde het mandaatbesluit dat door de advocaat-generaal werd overgelegd.

Daarnaast betwistte de betrokkene dat de plek een groenstrook betrof, omdat deze niet door de gemeente werd onderhouden. Het hof stelde vast dat het begrip groenstrook niet vereist dat de gemeente het groen onderhoudt. Foto’s, een Google Maps-afbeelding en verklaringen bevestigden dat het voertuig op een grasstrook tussen fietspad en trottoir stond, die voor de gemiddelde weggebruiker als groenstrook geldt.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af, mede gelet op eerdere arresten waarin dergelijke verzoeken werden afgewezen. De sanctie blijft daarmee in stand.

Uitkomst: De sanctie van €95 voor parkeren op een groenstrook wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
:
CJIB-nummer
: 225551728
Uitspraak d.d.
: 28 oktober 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 8 september 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Bij e-mailbericht d.d. 1 oktober 2021 heeft de gemachtigde van de betrokkene het zittingsverzoek ingetrokken.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 30 april 2019 om 20.07 uur op de Marialaan in Breda met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt dat de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd daartoe niet bevoegd was. In deze zaak is de ambtenaar beëdigd door [naam1] . Deze functionaris werkt niet onder de verantwoordelijkheid van de mandaatgever (de Minister voor Rechtsbescherming). Op grond van artikel 10:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht dient daarom een mandaatbesluit voorhanden te zijn, waarin de minister [naam1] mandateert om uit zijn naam ambtenaren te beëdigen. Dit mandaatbesluit ontbreekt. Ook blijkt uit het proces-verbaal van beëdiging niet namens welk organisatie(onderdeel) de functionaris werkzaam is. De officier van justitie heeft in zijn beslissing de beroepsgrond niet adequaat beoordeeld.
3. Het hof heeft in het arrest van 23 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10797 overwogen dat het bestaan van de bevoegdheid van de betreffende ambtenaar ten tijde van het opleggen van de sanctie het uitgangspunt is. Dit is slechts anders indien hetgeen wordt aangevoerd gerede twijfel doet ontstaan omtrent de bevoegdheid van de ambtenaar. De enkele betwisting van die bevoegdheid, dan wel het in meer algemene zin aan de orde stellen daarvan door het stellen van vragen of het doen van suggesties, doet een dergelijke twijfel niet ontstaan. Datzelfde geldt indien slechts wordt gesteld dat bepaalde stukken die betrekking hebben op de bevoegdheid van de ambtenaar niet kunnen worden achterhaald.
4. Gelet hierop treft het bezwaar geen doel. Overigens heeft de advocaat-generaal in hoger beroep een mandaatbesluit overgelegd.
5. Namens de betrokkene betwist de gemachtigde voorts de gedraging. De ambtenaar heeft niet verklaard dat er sprake is van een door de gemeente onderhouden stuk groen. Ook uit het dossier blijkt niet dat daarvan sprake is. De enkele vermelding “groenstrook” is onvoldoende. De gemachtigde heeft een afbeelding van de desbetreffende plek overgelegd. De gemiddelde weggebruiker ziet die plek als een plek waar parkeren is toegestaan. De gemachtigde wijst op het arrest van het hof van 22 januari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:407. Bij toepassing van feitcode R406 gaat het om een versiering of verfraaiing van de groenstrook. Hierbij kan worden gedacht aan een mooi parkje met bankjes of een goed onderhouden stuk groen. In deze zaak is echter niet gebleken dat er sprake is van een door de gemeente stuk onderhouden groen.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“voertuig staat met 4 wielen in het platsoen (het hof begrijpt: plantsoen) geparkeerd”.
7. Verder bevat het dossier een proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juni 2019 waarin de ambtenaar verklaart:
“Ik zag dat het betreffende voertuig geparkeerd stond op een groenstrook gelegen aan de Marialaan te Breda”.
8. In het dossier bevindt zich verder het brondocument (de aankondiging van beschikking), waarbij drie foto’s zijn gevoegd. Hierop is het voertuig met het kenteken [kenteken] zichtbaar.
9. Uit de zich in het dossier bevindende foto’s, de door de advocaat-generaal overgelegde afbeelding van Google Maps en de door de gemachtigde overgelegde afbeelding blijkt dat op de plek waar het voertuig stond geparkeerd gras staat. Het betreft verder een strook gras waarin bomen staan. De strook ligt tussen een fietspad en een trottoir. De strook doet zich voor de gemiddelde weggebruiker voor als groenstrook. Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De omstandigheid dat de ambtenaar niet heeft verklaard dat de groenstrook door de gemeente wordt onderhouden, doet hieraan niet af. Dat maakt geen onderdeel uit van de bepaling uit de Algemene plaatselijke verordening, waarop de gedraging betrekking heeft.
10. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 1 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.