ECLI:NL:GHARL:2021:10477
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen bestuurlijke sanctie wegens overtreding geslotenverklaring
De betrokkene werd gesanctioneerd voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring op 22 maart 2019 in Alkmaar. De betrokkene stelde dat de bebording niet zichtbaar was en dat de schouwrapporten onvoldoende waren omdat deze meer dan een maand uit elkaar lagen.
Het hof stelde vast dat de sanctie was gebaseerd op digitale kentekencamera's die het voertuig fotografeerden, maar niet het bord C1. De ambtenaar verklaarde dat de camera na het bord was geplaatst. Twee schouwrapporten van 13 maart en 15 april 2019 toonden aan dat het bord correct was geplaatst en zichtbaar was op die data.
Het hof oordeelde dat de beleidsregel omtrent maandelijkse schouw niet inhoudt dat de periode tussen schouwen maximaal 30 dagen mag zijn. De late ingebruikname van de processen-verbaal was geen reden om deze buiten beschouwing te laten. De kantonrechter had het beroep terecht ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het ongegrond verklaren van het beroep tegen de bestuurlijke sanctie en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.