Uitspraak
[Voornamen en achternaam verdachte 5],
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
De tenlastelegging
Primair
Subsidiair
Overweging met betrekking tot het bewijs
Inleiding
Was sprake van een poging tot een ripdeal?
- Op 9 maart 2017 en 10 maart 2017 hebben [naam verdachte 2] en [naam verdachte 3] elkaar berichten gezonden. Daarin communiceren zij over – kort gezegd – ‘een Turk waar je makkelijk 100 van kan pakken’ en dat [naam verdachte 3] dat niet kan doen. [naam verdachte 2] en [naam verdachte 3] hebben verklaard dat deze berichtenwisseling niet gaat over het rippen van [naam slachtoffer]. Naar het oordeel van het hof valt het standpunt van [naam verdachte 2] en [naam verdachte 3] niet uit te sluiten. Het kan – zoals ter zitting naar voren is gekomen – zowel gaan om rippen als om kopen/aanschaffen. Deze omstandigheid levert noch op zich, noch in combinatie met andere omstandigheden naar het oordeel van het hof voldoende ondersteuning op. De inhoud van de berichtenwisseling levert noch op zichzelf, noch in combinatie met andere omstandigheden naar het oordeel van het hof voldoende ondersteuning op.
- Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat [naam slachtoffer] is aangetroffen met zijn broekzakken naar buiten gekeerd. Niet is vast komen te staan of dat bij de gedragingen in de auto is gebeurd of nadat hij aan de schotverwonding was bezweken.
- De omstandigheid dat [naam verdachte 4] en [naam verdachte 3] vuurwapens bij zich hadden levert eveneens onvoldoende ondersteuning op. Het valt niet in te zien waarom zij die niet om dezelfde reden bij zich zouden hebben gehad als [naam verdachte 5], die als verklaring geeft dat men ‘het’ niet vertrouwde, zoals het hof hun verklaringen begrijpt.
- Het feit dat de telefoons van [naam slachtoffer] niet op de plaats delict zijn aangetroffen maar op een locatie waar [naam verdachte 1], [naam verdachte 2], [naam verdachte 3] en [naam verdachte 4] na het vuurgevecht zijn langsgereden levert noch op zichzelf, noch in combinatie met ander bewijsmateriaal naar het oordeel van het hof voldoende ondersteuning op, alleen al omdat daarmee niet gezegd is dat tevoren sprake was van een voornemen tot een ripdeal.
Wie namen deel aan het vuurgevecht?
- [naam verdachte 3]: [naam verdachte 3] heeft bij de politie verklaard en daarna diverse malen herhaald (waaronder bij gelegenheid van zijn voorgeleiding bij de rechter-commissaris in het kader van de vordering tot inbewaringstelling) dat hij na het gevecht met [naam slachtoffer] zijn revolver heeft gebruikt om daarmee meerdere keren te schieten. Door het gebruik van een revolver zijn er geen hulzen achtergebleven op de plaats delict. Het forensisch onderzoek heeft geen bevindingen kunnen opleveren over (de frequentie van) het schieten door [naam verdachte 3]. De verklaring van [naam verdachte 3] wordt bevestigd door de verklaringen van [naam verdachte 2] en [naam verdachte 4], die daarvan niet in latere verklaringen zijn teruggekomen. Ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep heeft [naam verdachte 3] echter ontkend dat hij heeft geschoten en heeft hij gesteld dat hij zijn revolver enkel op [naam verdachte 5] heeft gericht. Het hof acht die latere verklaringen ongeloofwaardig onder meer op basis van de verklaringen van [naam verdachte 2] en [naam verdachte 4], waarin ook specifiek wordt gesproken over mondingsvuur in de nabijheid van een voorwerp dat [naam verdachte 3] vasthield.
- [naam verdachte 4]: [naam verdachte 4] heeft verklaard dat hij een Glock-pistool aangereikt heeft gekregen van [naam verdachte 2] toen zij op weg waren naar de carpoolplaats. De vijf hulzen van het kaliber 9 mm Parabellum die op de carpoolplaats en de huls in de auto van [naam slachtoffer], zijn vermoedelijk verschoten met een pistool van het kaliber 9 mm Parabellum van het merk Glock, aldus het forensisch rapport. [naam verdachte 4] heeft ook verklaard dat het Glock-pistool is afgegaan, zowel in de auto als daarbuiten. Dat brengt met zich dat [naam verdachte 4] buiten de auto in ieder geval vijf keer heeft geschoten.
- [naam verdachte 5]: [naam verdachte 5] heeft verklaard dat hij die avond een Tokarev-pistool voorhanden heeft gehad en daarmee heeft geschoten. De vijf hulzen van het kaliber 7.62 mm Tokarev die op de carpoolplaats zijn aangetroffen, zijn vermoedelijk verschoten met een Tokarev of een daarvan afgeleid pistool, aldus het forensisch rapport. Dat brengt met zich dat [naam verdachte 5] buiten de auto in ieder geval vijf keer heeft geschoten.
- [naam verdachte 1] en [naam verdachte 2]: Uit de aanvankelijke verklaringen van [naam verdachte 3] en [naam verdachte 5] zou kunnen worden afgeleid dat ook [naam verdachte 1] en [naam verdachte 2] op de carpoolplaats vuurwapens voorhanden hebben gehad en hebben gebruikt. Volgens die verklaringen zou [naam verdachte 1] dekking hebben gegeven en zou [naam verdachte 2] ook daadwerkelijk hebben geschoten. Zowel [naam verdachte 3] als [naam verdachte 5] is echter teruggekomen van zijn verklaringen op dit punt. In het dossier is geen ondersteunend bewijs voorhanden op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat [naam verdachte 1] en [naam verdachte 2] op de carpoolplaats buiten de auto waarmee zij daar naartoe waren gekomen, vuurwapens voorhanden hebben gehad en hebben gebruikt. Onder die omstandigheden is het hof van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel is vast te stellen dat [naam verdachte 1] en [naam verdachte 2] op de carpoolplaats een vuurwapen voorhanden hebben gehad en hebben gebruikt.
Het verloop van het vuurgevecht
- [naam verdachte 3]: Hierboven heeft het hof reeds aangesloten bij de eerdere verklaringen van [naam verdachte 3] dat hij heeft geschoten. [naam verdachte 3] heeft daarbij ook nog verklaard dat hij meerdere keren in de richting van [naam slachtoffer] en [naam verdachte 5] heeft geschoten.
- [naam verdachte 4]: [naam verdachte 4] heeft verklaard dat hij heeft geschoten in de richting van [naam verdachte 5]. Ondersteuning daarvoor ziet het hof nog in het in de hand van [naam verdachte 5] aangetroffen manteldeel dat waarschijnlijk afkomstig is van een patroon van het kaliber 9 mm Parabellum, welk patroon is gefragmenteerd na een eerste impact op een ander object. [naam slachtoffer] heeft na het verlaten van de auto enige tijd in de richting en nabijheid van [naam verdachte 5] gerend. Het hof leidt daaruit af dat [naam verdachte 4] ook in de richting van [naam slachtoffer] heeft geschoten.
- [naam verdachte 5]: [naam verdachte 5] heeft verklaard dat hij zijn wapen heeft gepakt en dat het slechts een paar seconden duurde om het wapen te laden en om er vervolgens mee te schieten. Hij schoot al rennend in de richting van de auto van [naam slachtoffer]. [naam verdachte 3] en [naam verdachte 4] zijn in de tegenovergestelde richting van [naam verdachte 5] gelopen en zij bevonden zich daarmee in het verlengde van de auto van [naam slachtoffer]. Het hof stelt vast dat [naam verdachte 5] daarmee in de richting van [naam verdachte 3] en [naam verdachte 4] heeft geschoten. De verklaring van verdachte, voor zover inhoudend dat hij door het schieten niet bewust in de richting van [naam verdachte 3] en [naam verdachte 4] heeft geschoten, acht het hof niet aannemelijk.
De dood van [naam slachtoffer]
Bewezenverklaring
of omstreeksde nacht van 10 op 11 maart 2017 te Vaassen,
in elk geval in de gemeente Epe,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [naam verdachte 3] en
/of [naam verdachte 2] en/of [naam verdachte 1] en/of[naam verdachte 4] opzettelijk van het leven te beroven, met een vuurwapen meerdere malen
, althans eenmaal, op/in de richting van die [naam verdachte 3] en
/of die [naam verdachte 2] en/of die [naam verdachte 1] en/ofdie [naam verdachte 4] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
of omstreeksde nacht van 10 op 11 maart 2017 te Vaassen,
in elk geval in de gemeente Epe, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,een
of meerwapen
(s)van
categorie II en/ofcategorie III, te weten een
of meervuurwapen
(s), voorhanden heeft gehad.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
‘een uitzondering’(vgl. ECLI:NL:HR:2020:2043).
Oplegging van straf en/of maatregel
Voorlopige hechtenis
Vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren en 4 (vier) maanden.
Wijst af de vordering tot gevangenneming.
Vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij]
€ 20.000,- (twintigduizend euro) aan immateriële schadeaf.