Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man verzocht het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om schorsing van de uitvoering van de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland inzake kinder- en partneralimentatie. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie en partneralimentatie, zonder rekening te houden met zijn dubbele woonlasten.
Het hof oordeelde dat de man aannemelijk had gemaakt dat hij dubbele woonlasten heeft, omdat hij naast de echtelijke woning waar de vrouw en kinderen verblijven, een kamer huurt waarvoor hij huur betaalt. Hierdoor is het redelijk om bij de draagkrachtberekening van de man rekening te houden met een extra woonlast van €333 per maand. Dit leidt tot een verlaging van de partneralimentatie tot €838 bruto per maand. De kinderalimentatie blijft ongewijzigd.
De man stelde verder dat zijn inkomen sinds oktober 2019 aanzienlijk was gedaald vanwege een promotieonderzoek en minder arbeidsuren, maar het hof vond dat hij zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd. Hij had niet alle relevante documenten, zoals belastingaangiften, overgelegd en het hof zag geen reden om de uitvoering van de alimentatie verder te schorsen.
De schorsing geldt dus alleen voor het deel van de partneralimentatie boven €838 bruto per maand. Het overige verzoek tot schorsing werd afgewezen.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt verlaagd tot €838 bruto per maand wegens dubbele woonlasten, overige schorsingsverzoeken worden afgewezen.