Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter tot verlenging van de ondertoezichtstelling van haar twee minderjarige kinderen, geboren in 2012 en 2015. De kinderen wonen sinds 2018 bij de vader, die de hoofdverzorger is, en staan sinds 2016 onder toezicht. De moeder verzocht vernietiging van de verlenging of beperking van de duur tot zes maanden.
Het hof overweegt dat de gronden voor ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn. De vader en de gecertificeerde instelling (GI) steunen de verlenging omdat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Hoewel er een positieve ontwikkeling is met therapie voor de kinderen en afgeronde EMDR-therapie voor de moeder, is het ouderschapsbemiddelingstraject door de moeder gestopt, wat de therapie belemmert.
Het hof constateert dat de ouders nog steeds een verstoorde verstandhouding hebben met veel wantrouwen en spanning, wat de kinderen in een loyaliteitsconflict brengt. De communicatie tussen de ouders is onvoldoende voor gezamenlijk ouderschap. De GI blijft noodzakelijk om de ouders te ondersteunen bij het vormgeven van het gezamenlijk ouderschap en het naleven van de zorgregeling.
Daarom wijst het hof het verzoek van de moeder af om de ondertoezichtstelling te beëindigen of te beperken. De bestreden beschikking van de kinderrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling wordt bekrachtigd vanwege de verstoorde verstandhouding tussen de ouders.