Uitspraak
[eiser] ,
Copy Center,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Eiser werkte sinds 2002 bij Copy Center en vorderde achterstallig salaris over april 2017 tot februari 2020, vermeerderd met wettelijke verhoging en vakantietoeslag, gebaseerd op loonsverhogingen uit de Grafimedia-cao. De kantonrechter wees de vordering af omdat eiser al een hoger loon dan het cao-loon ontving.
In hoger beroep stelde eiser dat de werkgever onterecht geen cao-verhogingen heeft doorgevoerd en dat de eenmalige loonsverhoging in 2016 geen afdoende compensatie was. Het hof stelde vast dat de cao een minimum-cao is en dat bedrijfseigen regelingen schriftelijk moeten zijn vastgelegd, wat hier niet het geval was.
Het hof verwierp het verweer van Copy Center en oordeelde dat eiser recht heeft op de cao-loonsverhogingen, een eenmalige uitkering, wettelijke rente en incassokosten. Tevens werd de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van loonstroken en aangepaste jaaropgaven met een dwangsom bij niet-naleving. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en de vorderingen grotendeels toegewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Copy Center tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, incassokosten, rente en proceskosten, en tot verstrekking van loonstroken en aangepaste jaaropgaven.