ECLI:NL:GHARL:2021:11335

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 december 2021
Publicatiedatum
10 december 2021
Zaaknummer
Wahv 200.257.666/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • C.M.J.E.P. Meerts
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over oproeping van meerdere rechtsbijstandsverleners in hoger beroep Wahv-zaak

In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Zowel een advocaat als een rechtsbijstandsverlener hadden onafhankelijk van elkaar beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. De kantonrechter had echter slechts één van hen opgeroepen voor de zitting, waardoor de andere partij niet in de gelegenheid werd gesteld zijn zienswijze toe te lichten.

Het gerechtshof constateerde dat dit in strijd was met artikel 12, eerste lid, van de Wahv, dat vereist dat alle partijen worden opgeroepen voor de openbare zitting. Het hof verbeterde het dictum van de kantonrechter en verklaarde het beroep van de rechtsbijstandsverlener niet-ontvankelijk, maar oordeelde dat de advocaat ten onrechte niet was opgeroepen.

Het hof gaf de advocaat alsnog de mogelijkheid om binnen vier weken een verzoek tot behandeling ter zitting in te dienen. Indien geen verzoek wordt gedaan, zal het hof zonder zitting arrest wijzen. Hiermee wordt de waarborg van hoor en wederhoor gewaarborgd en wordt de procedure rechtmatig voortgezet.

Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en geeft alsnog gelegenheid tot behandeling ter zitting.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.257.666/01
CJIB-nummer
: 212177654
Uitspraak d.d.
: 10 december 2021
Tussenarrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 februari 2019, betreffende

mr. C.M.J.E.P. Meerts, (hierna: mr. Meerts)

kantoorhoudende te Beegden,
beweerdelijk optredende voor

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

Mr. Meerts heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Uit de beslissing van de kantonrechter en het ingelaste proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 29 november 2018 blijkt dat zowel F.P.B. Waals van Legalizer BV (hierna: Waals) als mr. Meerts elk afzonderlijk namens de betrokkene beroep hebben ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie d.d. 13 april 2018. Voorts valt hieruit af te leiden dat het beroep, voor zover ingesteld door Legalizer BV, ongegrond moet worden verklaard en dat het beroep, voor zover ingesteld door mr. Meerts, niet-ontvankelijk moet worden verklaard. In het dictum is echter alleen opgenomen dat het beroep ongegrond is verklaard. Het hof zal het dictum in zoverre verbeterd lezen.
2. Artikel 12, eerste lid, van de Wahv luidt - voor zover hier van belang - als volgt:
"De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om (...) op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen."
3. Mr. Meerts voert aan dat hij bij de behandeling van het beroep door de kantonrechter is gepasseerd.
4. Zoals hiervoor overwogen wordt in de zaak met het onderhavige CJIB-nummer geprocedeerd door zowel mr. Meerts als Waals. De kantonrechter heeft de zaak van de betrokkene behandeld op de zittingen van 29 november 2018 en 21 februari 2019. De kantonrechter heeft voor deze zittingen Waals opgeroepen. Mr. Meerts is hiervoor niet opgeroepen. Nu mr. Meerts (ook) beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, had de kantonrechter mr. Meerts echter ook voor de zitting(en) moeten oproepen. Door hem niet op te roepen voor de zitting, is gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van de Wahv.
5. Nu het hoger beroepschrift vóór 1 september 2021 is ontvangen, geeft het hof mr. Meerts middels dit tussenarrest alsnog de gelegenheid om bij de griffie van het hof te vragen om een behandeling ter zitting van het hof te Leeuwarden (vgl. het arrest van het hof van 26 juli 2021, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2021:7114). Wordt binnen vier weken na dagtekening van deze uitspraak geen verzoek ontvangen, dan zal het hof zonder een behandeling ter zitting arrest wijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
stelt mr. Meerts in de gelegenheid om
binnen vier weken na dagtekening van dit arrestte verzoeken om een behandeling ter zitting;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit tussenarrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.