ECLI:NL:GHARL:2021:1142

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 februari 2021
Publicatiedatum
5 februari 2021
Zaaknummer
Wahv 200.250.648/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Anjewierden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11.5.2 CVMPWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaren tegen betrouwbaarheid radarmeting bij snelheidsovertreding afgewezen

In deze zaak stond het hoger beroep tegen een beschikking op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) centraal, waarbij aan de betrokkene een boete van €33,- was opgelegd wegens een snelheidsovertreding van 5 km/u binnen de bebouwde kom op 26 september 2017.

De betrokkene voerde aan dat de radarapparatuur onvoldoende betrouwbaar was om de snelheid van zijn voertuig vast te stellen, mede op basis van een deskundigenrapport met algemene bezwaren over de werking van radar en de installatie ervan. Tevens werd aangevoerd dat volgens de Concept regeling voorschriften meetmiddelen politie (CVMP) op de foto informatie over de gevoeligheidsinstelling van de radarmeter moest worden verstrekt, wat ontbrak.

Het hof oordeelde dat algemene bezwaren tegen radarmetingen zonder concrete toespitsing op de situatie onvoldoende zijn om twijfel aan de meting te rechtvaardigen. De NMi-verklaring toonde aan dat de apparatuur voldeed aan de geldende voorschriften. De foto's en databalk bevestigden dat het voertuig van de betrokkene was gemeten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.250.648/01
CJIB-nummer
: 211196485
Uitspraak d.d.
: 5 februari 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 16 oktober 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 14 augustus 2019 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft bij e-mail van 3 september 2019 aangegeven dat hij geen behoefte heeft aan een zitting.

De beoordeling

1. Gelet op de bij tussenarrest geconstateerde schending van het beginsel van hoor en wederhoor, welke schending aanleiding vormde voor het buiten toepassing laten van het appelverbod, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen. Derhalve staat thans het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ter beoordeling van het hof. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard.
2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 33,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 5 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 september 2017 om 07:58 uur op de Van Alkemadelaan in
‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
3. De gemachtigde stelt –kort en zakelijk weergegeven– dat radarapparatuur onvoldoende in staat is om voertuigen afzonderlijk te meten en te fotograferen. Daarom staat niet vast dat met het voertuig van de betrokkene de snelheidsovertreding is gemaakt. Bij een gemotiveerde betwisting van de betrouwbaarheid van de meting, is, zo betoogt hij, nader bewijs nodig. Ter onderbouwing wijst hij op het deskundigenrapport van dhr. [B] . Verder stelt hij dat op grond van artikel 11.5.2 van het Concept regeling voorschriften meetmiddelen politie (hierna: CVMP) op de foto informatie dient te worden verstrekt over de gevoeligheidsinstelling van de radarmeter. Bij het ontbreken van deze informatie is er volgens de gemachtigde sprake van een onzorgvuldige meting. De gemachtigde verwijst naar het arrest van dit hof van 9 februari 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:986.
4. Het zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:
“Gemeten (afgelezen) snelheid: 58 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 55 km per uur.
Toegestane snelheid: 50 km per uur.
Overschrijding met: 5 km per uur. (…)
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van geijkte radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.”
5. De advocaat-generaal heeft een NMi-verklaring van de desbetreffende snelheidsmeter in het geding gebracht waaruit blijkt dat het snelheidsmeetmiddel ten tijde van de gedraging voldeed aan de CVMP.
6. Uit de foto's en de databalk daaronder blijkt dat het gaat om een afgaande meting, waarbij het voertuig is gemeten dat rijdt op de meest links gelegen rijstrook voor recht doorgaand verkeer (1 RD). Dit betreft het voertuig van de betrokkene.
7. Het hof zal de algemene bezwaren van de gemachtigde tegen de betrouwbaarheid van meting door middel van radar passeren, nu een deugdelijke onderbouwing van die bezwaren ontbreekt. Door [B] zijn slechts algemeen verwoorde bezwaren aangevoerd over de werking van radarapparatuur, de werkwijze bij de installatie van de apparatuur en de mogelijkheid van reflectie. De verweren zijn niet of nauwelijks toegespitst op de concrete omstandigheden van het geval. Het verweer van de gemachtigde dat een (gemotiveerde) betwisting van de betrouwbaarheid van de meting aanvullend bewijs noodzakelijk maakt, vindt in zijn algemeenheid geen steun in het recht. Of aan de juistheid en betrouwbaarheid van de uitgevoerde meting moet worden getwijfeld, is er van afhankelijk of door of namens de betrokkene voor de zaak specifieke feiten en omstandigheden worden aangevoerd en aannemelijk gemaakt die daar aanleiding toe geven. Hiervan is geen sprake.
8. Geen van de verweren treft doel. De officier van justitie heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal derhalve het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.